wetzoeker

Artikel 19 Instellingswet Bijstandkorps burgerlijke rijksambtenaren bestemd voor dienst in Nederlands-Nieuw-Guinea

1 Krachtens deze wet wordt slechts pensioen toegekend aan degene, die op de dag, waarop het recht op pensioen ontstaat, Nederlander is.

2 Een krachtens deze wet toegekend pensioen vervalt indien de gepensioneerde niet langer Nederlander is.

3 In geval van toepassing van het tweede lid van artikel 3 kan krachtens deze wet niettemin ook pensioen worden toegekend aan het gewezen lid van het Bijstandkorps, dat op de dag, waarop het recht op pensioen ontstaat, dezelfde nationaliteit bezit als bij zijn aanstelling tot lid van het Bijstandkorps, alsmede aan de nabestaanden van een overleden lid of gewezen lid van het Bijstandkorps, die op die dag dezelfde nationaliteit bezitten als dat lid of gewezen lid bij aanstelling tot lid van het Bijstandkorps bezat.

4 In geval van toepassing van het derde lid vervalt een krachtens deze wet toegekend pensioen, indien de gepensioneerde niet langer de in dat lid bedoelde nationaliteit bezit, tenzij de belanghebbende Nederlander is geworden.

5 Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Ministers van Financiën en van Sociale Zaken en Volksgezondheid in bijzondere gevallen bepalen, dat het recht op toekenning van een pensioen of het recht op een toegekend pensioen gehandhaafd blijft na wijziging in nationaliteit.

6 Voor de toepassing van dit artikel wordt statenloosheid als een vreemde nationaliteit aangemerkt.

Regeling
Instellingswet Bijstandkorps burgerlijke rijksambtenaren bestemd voor dienst in Nederlands-Nieuw-Guinea
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2002
BWB-id
BWBR0002370
Versie
2002-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl