wetzoeker

Artikel 29c Algemene Kinderbijslagwet

Bepalingen in verband met de Algemene wet bestuursrecht en het beroep in cassatie

1 Een beschikking op grond van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt gegeven binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag of na ontvangst van de informatie, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b.

2 De redelijke termijn is in ieder geval verstreken wanneer binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag of na ontvangst van de informatie, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, geen beschikking is gegeven, noch een kennisgeving als bedoeld in het derde lid is gedaan.

3 Indien een beschikking niet binnen de termijn van acht weken kan worden gegeven, wordt die termijn met een redelijke termijn verlengd en wordt de aanvrager of, indien geen sprake is van een aanvrager, degene aan wie de kinderbijslag wordt uitbetaald daarvan schriftelijk in kennis gesteld.

4 Indien ambtshalve op basis van de verschafte informatie bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, niet wordt overgegaan tot vaststelling van een recht op een verdubbeling van het bedrag aan kinderbijslag, wordt hiervan binnen een redelijke termijn schriftelijk in kennis gesteld:

a. degene aan wie de kinderbijslag wordt uitbetaald; of

b. degene aan wie het indicatiebesluit, bedoeld in artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg, is gericht, als geen kinderbijslag wordt uitbetaald.

Regeling
Algemene Kinderbijslagwet
Afkortingen
AKW
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-08-2026
BWB-id
BWBR0002368
Versie
2026-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl