wetzoeker

Artikel 5 Uitvoeringswet Rechtsvorderingsverdrag 1954

Mededeling van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken

1 Onze Minister van Buitenlandse Zaken zendt de stukken aan de betrokken Nederlandse diplomatieke of consulaire ambtenaar. Is het exploit of het afzonderlijk stuk vergezeld van een vertaling in een der talen, bedoeld bij artikel 3 van het verdrag, dan verzoekt Onze genoemde Minister de diplomatieke of consulaire ambtenaar, zo de vertaling niet voor overeenstemmend is verklaard door een beëdigd vertaler in het land van bestemming, zelf die vertaling voor overeenstemmend te verklaren.

2 De diplomatieke of consulaire ambtenaar doet onverwijld de stukken, na, zo nodig, aan het bij de tweede zinsnede van het eerste lid van dit artikel bedoeld verzoek te hebben voldaan, aan de bevoegde autoriteit toekomen; de diplomatieke ambtenaar doet zulks door tussenkomst van de bevoegde consulaire ambtenaar.

Alles behoudens het bepaalde bij het derde en het vierde lid van artikel 1 van het verdrag.

Regeling
Uitvoeringswet Rechtsvorderingsverdrag 1954
Afkortingen
Uw Rv 1954
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2025
BWB-id
BWBR0002306
Versie
2025-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl