wetzoeker

Artikel 14a Uitvoeringswet Rechtsvorderingsverdrag 1954

Rogatoire Commissiën aan de Nederlandse rechter opgedragen

Een afwijzende beslissing op grond van artikel 11, tweede lid, en op grond van artikel 11, derde lid, onder 1 en 2, en artikel 14, tweede lid, van het verdrag wordt beschouwd als een beschikking waartegen voor partijen in de hoofdprocedure hoger beroep openstaat overeenkomstig de vierde afdeling van titel 7 van het Eerste Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, met dien verstande dat het hoger beroep de werking niet schorst, tenzij de rechter anders heeft bepaald, en dient te worden ingesteld binnen een termijn van vier weken te rekenen vanaf de dag van de beslissing.

Regeling
Uitvoeringswet Rechtsvorderingsverdrag 1954
Afkortingen
Uw Rv 1954
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2025
BWB-id
BWBR0002306
Versie
2025-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl