wetzoeker

Wet tot nadere regeling van de wettelijke tijd

Wet van 16 juli 1958, tot nadere regeling van de wettelijke tijd

Soort
Wet
Geldend vanaf
24-03-1977
Rechtsgebied
Staats- en bestuursrecht, Staatsrecht
Ministerie
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
BWB-id
BWBR0002288
Versie
1977-03-24_0
SHA-256 bron
71ed5d6d799848659a18db1e9c28336b4e6ed015bb6ffe24f87f001a65034ca7

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (4)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4

Artikel 1

1 De wettelijke tijd in Nederland is de Midden-Europese tijd.

2 Wij kunnen bij algemene maatregel van bestuur een tijdvak van het jaar bepalen, waarin de Midden-Europese Zomertijd geldt.

Artikel 2

Wanneer enig ambtelijk geschrift een tijdaanwijzing bevat welke betrekking heeft op het laatste uur van het tijdvak, bepaald bij Ons in artikel 1, tweede lid, bedoelde besluit, wordt bij de tijdaanwijzing aangegeven dat deze Midden-Europese Zomertijd betreft.

Artikel 3

De wetten van 23 juli 1908 (Stb. 236), van 23 maart 1918 (Stb. 165) en van 30 augustus 1946 (Stb. G 223) worden ingetrokken.

Artikel 4

Deze wet treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad, waarin zij wordt geplaatst.