wetzoeker

Artikel 9 Instructie Ambtenaren Scheepvaartinspectie

Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie is, indien het in het belang van de uitoefening van de dienst wenselijk is, bevoegd:

a. aan ambtenaren van het eerste, tweede en derde district het toezicht op te dragen op tot het vierde district behorende zeevissersvaartuigen in plaatsen binnen het district, waarin hun standplaats is gelegen;

b. aan ambtenaren van het vierde district het toezicht op de naleving op te dragen op schepen, geen zeevissersvaartuigen zijnde, in plaatsen binnen het eerste, tweede of derde district, al naar gelang de standplaats van de betrokken ambtenaar;

c. aan ambtenaren van het eerste, tweede, derde of vierde district werkzaamheden op te dragen in een ander district;

d. aan ambtenaren van het eerste, tweede of derde district het toezicht op te dragen op schepen voorzien van een zeebrief van Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten;

e. aan ambtenaren in Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten het toezicht op te dragen op schepen thuisbehorende in een der districten in Nederland;

f. aan ambtenaren welke aan hem zijn toegevoegd werkzaamheden op te dragen in een der onder c genoemde districten, dan wel hen ter beschikking te stellen van het Districtshoofd.

Regeling
Instructie Ambtenaren Scheepvaartinspectie
Soort
Rijks-KB
Geldend vanaf
01-01-2020
BWB-id
BWBR0002271
Versie
2020-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl