wetzoeker

Artikel 19 Instructie Ambtenaren Scheepvaartinspectie

1 Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie is bevoegd binnenlands die reizen te doen, welke voor de goede uitoefening van de hem opgedragen dienst noodzakelijk zijn. Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan de aan hem toegevoegde ambtenaren machtigen tot een gelijk doel. Voor reizen buiten Nederland dient vooraf toestemming van Onze Minister te zijn verkregen.

2 De Hoofden van de districten zijn bevoegd binnenlands die reizen te doen, welke voor de goede uitoefening van de hun opgedragen dienst noodzakelijk zijn. De Districtshoofden kunnen de onder hun bevelen staande ambtenaren van de Scheepvaartinspectie machtigen tot een gelijk doel.

Voor reizen buiten Nederland moet vooraf de toestemming van Onze Minister of, wanneer de reis niet op kosten van het Rijk geschiedt, van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie zijn verkregen.

Regeling
Instructie Ambtenaren Scheepvaartinspectie
Soort
Rijks-KB
Geldend vanaf
01-01-2020
BWB-id
BWBR0002271
Versie
2020-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl