wetzoeker

Artikel VI Wet op de samenstelling van de burgerlijke gerechten en van de bezoldiging van de rechterlijke ambtenaren

1 Het salaris van de substituut-officier van justitie, die vóór 1 januari 1957 was aangewezen als hoofd van het kantongerechtsparket, wordt over het tijdvak van 1 januari 1957 tot de datum van indiensttreding als substituut-officier van justitie vermeerderd met een bedrag van f 122,96 per maand.

2 Voor de substituut-officier van justitie, die gedurende een onafgebroken periode van twee jaar als hoofd van het kantongerechtsparket te ’s-Gravenhage, Rotterdam of Amsterdam was aangewezen, wordt het salaris over het tijdvak van 1 januari 1957 tot de datum van indiensttreding als substituut-officier van justitie vermeerderd met een bedrag van f 199,81 per maand.

Regeling
Wet op de samenstelling van de burgerlijke gerechten en van de bezoldiging van de rechterlijke ambtenaren
Soort
Wet
Geldend vanaf
17-02-1999
BWB-id
BWBR0002261
Versie
1999-02-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl