wetzoeker

Landbouwwet

Wet van 26 juli 1957, houdende nieuwe regelen ter bevordering van de voortbrenging, de afzet en een redelijke prijsvorming van voortbrengselen van de landbouw en de visserij en in verband daarmede ten behoeve van de afnemers van produkten

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2019
Rechtsgebied
Agrarisch recht
Ministerie
Economische Zaken
BWB-id
BWBR0002252
Versie
2019-01-01_0
SHA-256 bron
1d4eb2a3112d6bedf884e6b9e222d37e87dc6988c7619a27266aed710de4728e

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (61)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Artikel 11
  12. Artikel 12
  13. Artikel 13
  14. Artikel 14
  15. Artikel 15
  16. Artikel 16
  17. Artikel 17
  18. Artikel 18
  19. Artikel 19
  20. Artikel 20
  21. Artikel 21
  22. Artikel 22
  23. Artikel 22a
  24. Artikel 22b
  25. Artikel 23
  26. Artikel 23a
  27. Artikel 24
  28. Artikel 25
  29. Artikel 26
  30. Artikel 27
  31. Artikel 28
  32. Artikel 29
  33. Artikel 30
  34. Artikel 31
  35. Artikel 32
  36. Artikel 33
  37. Artikel 34
  38. Artikel 35
  39. Artikel 36
  40. Artikel 37
  41. Artikel 38
  42. Artikel 39
  43. Artikel 40
  44. Artikel 41
  45. Artikel 42
  46. Artikel 43
  47. Artikel 44
  48. Artikel 45
  49. Artikel 46
  50. Artikel 47
  51. Artikel 48
  52. Artikel 48a
  53. Artikel 49
  54. Artikel 49a
  55. Artikel 50
  56. Artikel 51
  57. Artikel 52
  58. Artikel 53
  59. Artikel 54
  60. Artikel 55
  61. Artikel 56

Hoofdstuk I — Begripsomschrijvingen

Artikel 1

1 Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze wet wordt verstaan onder:

Onze Minister: Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

landbouw: akkerbouw, weidebouw, veehouderij, pluimveehouderij, tuinbouw - daaronder begrepen fruitteelt en het kweken van bomen, bloemen en bloembollen - teelt van griendhout en elke andere vorm van bodemcultuur hier te lande met uitzondering van bosbouw;

produkten:

a. alle voortbrengselen, welke, al dan niet na be- of verwerking, kunnen dienen als voedsel voor mens of dier, alsmede de bij be- of verwerking van die voortbrengselen verkregen derivaten en afvallen;

b. de niet reeds onder a begrepen voortbrengselen van de landbouw.

2 Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze wet wordt mede verstaan onder:

handelaren: tussenpersonen;

visserij: de mosselteelt, de oesterteelt en de viskwekerij.

Hoofdstuk II — Het Landbouw-Egalisatiefonds

Artikel 2

Vervallen

Hoofdstuk II — Het Landbouw-Egalisatiefonds

Artikel 3

Vervallen

Hoofdstuk II — Het Landbouw-Egalisatiefonds

Artikel 4

Vervallen

Hoofdstuk II — Het Landbouw-Egalisatiefonds

Artikel 5

Vervallen

Hoofdstuk II — Het Landbouw-Egalisatiefonds

Artikel 6

Vervallen

Hoofdstuk II — Het Landbouw-Egalisatiefonds

Artikel 7

Vervallen

Hoofdstuk II — Het Landbouw-Egalisatiefonds

Artikel 8

Vervallen

Hoofdstuk II — Het Landbouw-Egalisatiefonds

Artikel 9

Vervallen

Hoofdstuk II — Het Landbouw-Egalisatiefonds

Artikel 10

Vervallen

Hoofdstuk II — Het Landbouw-Egalisatiefonds

Artikel 11

Vervallen

Hoofdstuk II — Het Landbouw-Egalisatiefonds

Artikel 12

Vervallen

Hoofdstuk III — Regelen ten aanzien van de binnenlandse markt › § 1 — Algemene regelen

Artikel 13

1 Onze Minister kan bij in de Staatscourant bekend te maken regeling de verplichting opleggen tot het betalen van een geldsom terzake van een of meer der in het tweede lid van dit artikel genoemde gedragingen. Een zodanige regeling wordt slechts vastgesteld:

a. ter bevordering van de voortbrenging, de afzet en een redelijke prijsvorming van voortbrengselen van de landbouw en de visserij en in verband daarmede ten behoeve van de afnemers van produkten;

b. ter uitvoering van verordeningen, richtlijnen, beschikkingen en aanbevelingen van de Europese Economische Gemeenschap, voorzover deze betrekking hebben op het gemeenschappelijk landbouwbeleid, voorzien in de tweede titel van het tweede deel van het verdrag tot oprichting van die Gemeenschap.

2 De in het eerste lid bedoelde gedragingen zijn:

a. het telen, kweken, fokken, vangen en broeden van produkten;

b. het bereiden, vervaardigen, oogsten, voorhanden en in voorraad hebben, bewaren, opslaan, be- en verwerken, ge- en verbruiken, vervoederen, slachten, vervoeren, aanvoeren, veilen, ontvangen, afleveren, te koop aanbieden, kopen en vervreemden van produkten.

3 Onze Minister kan in door hem te bepalen gevallen of groepen van gevallen tot gehele of gedeeltelijke restitutie overgaan van hetgeen ingevolge het bepaalde krachtens het eerste lid is betaald en gehele of gedeeltelijke ontheffing verlenen van een krachtens het eerste lid opgelegde verplichting tot het betalen van een geldsom.

Hoofdstuk III — Regelen ten aanzien van de binnenlandse markt › § 1 — Algemene regelen

Artikel 14

Vervallen

Hoofdstuk III — Regelen ten aanzien van de binnenlandse markt › § 1 — Algemene regelen

Artikel 15

Ter verwezenlijking van de in het eerste lid van artikel 13 vermelde doeleinden kan Onze Minister bij in de Staatscourant bekend te maken regeling regelen vaststellen ten aanzien van het verstrekken van een subsidie of andere geldelijke bijdrage aan producenten of groepen van producenten van en aan handelaren of groepen van handelaren in produkten.

Hoofdstuk III — Regelen ten aanzien van de binnenlandse markt › § 1 — Algemene regelen

Artikel 16

Ter verwezenlijking van de in het eerste lid van artikel 13 vermelde doeleinden kan Onze Minister subsidies in de vorm van al dan niet rentedragende kredieten verstrekken aan openbare lichamen en andere instellingen, werkzaam op het gebied van de landbouw, de visserij en de voedselvoorziening.

Hoofdstuk III — Regelen ten aanzien van de binnenlandse markt › § 1 — Algemene regelen

Artikel 17

Ter verwezenlijking van de in het eerste lid van artikel 13 vermelde doeleinden kan Onze Minister bij in de Staatscourant bekend te maken regeling regelen vaststellen ten aanzien van de prijzen voor produkten.

Hoofdstuk III — Regelen ten aanzien van de binnenlandse markt › § 1 — Algemene regelen

Artikel 18

1 Ter verwezenlijking van de in het eerste lid van artikel 13 vermelde doeleinden kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regelen worden vastgesteld ten aanzien van de in het tweede lid , onder a, van dat artikel genoemde gedragingen.

2 Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid, die strekt ter verwezenlijking van de in het eerste lid van artikel 13, onder a, vermelde doeleinden wordt slechts vastgesteld, indien zulks naar Ons oordeel noodzakelijk is in verband met een aan artikel 13, 15 of 17 gegeven toepassing.

3 Vervallen.

4 Tegelijk met de afkondiging in het Staatsblad van een algemene maatregel van bestuur, als bedoeld in het eerste lid, zendt Onze Minister een toelichting op het besluit aan de Staten-Generaal.

Hoofdstuk III — Regelen ten aanzien van de binnenlandse markt › § 1 — Algemene regelen

Artikel 19

1 Ter verwezenlijking van de in het eerste lid van artikel 13 vermelde doeleinden kan Onze Minister bij in de Staatscourant bekend te maken regeling regelen vaststellen ten aanzien van de in het tweede lid, onder b, van dat artikel genoemde gedragingen.

2 De in het eerste lid bedoelde regelen, die strekken ter verwezenlijking van de in het eerste lid van artikel 13, onder a, vermelde doeleinden, worden slechts vastgesteld, indien zulks naar het oordeel van Onze Minister noodzakelijk is in verband met een aan artikel 13, 15 of 17 gegeven toepassing.

Hoofdstuk III — Regelen ten aanzien van de binnenlandse markt › § 1 — Algemene regelen

Artikel 20

1 Ter verwezenlijking van de in het eerste lid van artikel 13 vermelde doeleinden kan Onze Minister bij in de Staatscourant bekend te maken regeling regelen vaststellen met betrekking tot het ge- en verbruik van grond- en hulpstoffen en verpakkingsmateriaal voor produkten, alsmede met betrekking tot het voorhanden- en in voorraad hebben, gebruiken en vervoeren van fust en van machines, werktuigen en gereedschappen - alsmede onderdelen daarvan - welke worden gebezigd voor het broeden en bij het bereiden en vervaardigen van produkten.

2 De in het eerste lid bedoelde regelen, die strekken ter verwezenlijking van de in het eerste lid van artikel 13, onder a, vermelde doeleinden, worden slechts vastgesteld, indien zulks naar het oordeel van Onze Minister noodzakelijk is in verband met een aan artikel 18 of 19 gegeven toepassing.

Hoofdstuk III — Regelen ten aanzien van de binnenlandse markt › § 1 — Algemene regelen

Artikel 21

Onze Minister kan bij in de Staatscourant bekend te maken regeling regelen vaststellen inzake het verlenen van vergoedingen aan degenen, die door enige maatregel krachtens de artikelen 18, 19 of 20 naar zijn oordeel ernstig economisch nadeel ondervinden.

Hoofdstuk III — Regelen ten aanzien van de binnenlandse markt › § 1 — Algemene regelen

Artikel 22

1 Ter verwezenlijking van de in het eerste lid van artikel 13 vermelde doeleinden kan Onze Minister bij in de Staatscourant bekend te maken regeling de verplichting opleggen tot het ter beschikking houden van produkten voor of het inleveren daarvan bij een door hem aan te wijzen natuurlijke of rechtspersoon.

2 Een verplichting, als bedoeld in het eerste lid, die strekt ter verwezenlijking van de in het eerste lid van artikel 13, onder a, vermelde doeleinden, wordt slechts opgelegd, indien zulks naar het oordeel van Onze Minister noodzakelijk is in verband met een aan artikel 13, 15, 17, 18 of 19 gegeven toepassing.

3 Voor de ingeleverde produkten wordt door Onze Minister een redelijke vergoeding uitbetaald.

4 Onze Minister kan een geldelijke tegemoetkoming verlenen in de kosten, vallende op het ter beschikking houden van produkten.

Hoofdstuk III — Regelen ten aanzien van de binnenlandse markt › § 1 — Algemene regelen

Artikel 22a

1 Onze Minister kan een vergoeding van kosten heffen overeenkomstig een door hem vastgesteld tarief ter zake van:

a. de behandeling van een aanvraag om een krachtens deze wet voorgeschreven vergunning, toelating, aanwijzing, erkenning of registratie danwel een aanvraag tot wijziging daarvan;

b. de instandhouding van de krachtens deze wet verleende vergunning, toelating, aanwijzing, erkenning of registratie.

2 Onverminderd artikel 13, eerste lid, kan Onze Minister bij of krachtens algemene maatregel van bestuur een vergoeding van kosten heffen overeenkomstig een door hem vastgesteld tarief ter zake van bij die maatregel benoemde onderzoeken of verrichtingen met betrekking tot producten.

3 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de betaling van de vergoeding, bedoeld in het eerste en tweede lid.

Hoofdstuk III — Regelen ten aanzien van de binnenlandse markt › § 1 — Algemene regelen

Artikel 22b

Een tarief als bedoeld in artikel 22a, eerste en tweede lid, wordt zodanig vastgesteld dat de geraamde baten niet uitgaan boven de geraamde kosten die in een rechtstreeks verband staan met de werkzaamheden waarvoor het tarief wordt opgelegd, onverminderd de daaromtrent bij besluit krachtens het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap vastgestelde verplichtingen.

Hoofdstuk III — Regelen ten aanzien van de binnenlandse markt › § 1 — Algemene regelen

Artikel 23

Vervallen

Hoofdstuk III — Regelen ten aanzien van de binnenlandse markt › § 2 — Algemene wet bestuursrecht

Artikel 23a

Ten aanzien van beschikkingen, gegeven krachtens regelen als bedoeld in de artikelen 18, eerste lid, 19, eerste lid, en 20, eerste lid, blijven de artikelen 4:7 en 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht buiten toepassing, indien de gestelde regelen strekken tot verwezenlijking van de in artikel 13, eerste lid, onder b, vermelde doeleinden.

Hoofdstuk III — Regelen ten aanzien van de binnenlandse markt › § 3 — De landbouwtelling

Artikel 24

1 Onze Minister kan aan degenen, die in de landbouw hun hoofdbestaan of een gedeelte van hun bestaan vinden of plegen te vinden, beschrijvingsbiljetten uitreiken of zenden, bestemd tot het doen van opgave van de landbouwkundige en technische gegevens van hun onderneming.

2 Degene, aan wie een beschrijvingsbiljet is uitgereikt of gezonden, is verplicht de daarin gestelde vragen duidelijk, zonder voorbehoud en naar waarheid te beantwoorden en het aldus ingevulde biljet ondertekend binnen de daartoe door Onze Minister vastgestelde termijn in te leveren.

Hoofdstuk III — Regelen ten aanzien van de binnenlandse markt › § 3 — De landbouwtelling

Artikel 25

1 De tijdvakken, waarin of het tijdstip, waarop een landbouwtelling plaats heeft, zomede het model van het beschrijvingsbiljet worden door Onze Minister vastgesteld.

2 Onze Minister kan nadere regelen vaststellen met betrekking tot de uitvoering van de landbouwtelling.

3 Regelingen, als bedoeld in de voorgaande leden, worden bekend gemaakt in de Staatscourant.

4 Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald:

a. dat het verstrekken van gegevens, de indiening van aanvragen daaronder begrepen, bedoeld in artikel 15 of het tweede lid, uitsluitend langs elektronische weg kan geschieden, en

b. dat Onze Minister onder voorwaarden ontheffing kan verlenen van het bepaalde op grond van onderdeel a.

Hoofdstuk III — Regelen ten aanzien van de binnenlandse markt › § 4 — Bijzondere regelen

Artikel 26

Indien krachtens enige bepaling van deze wet regelen zijn vastgesteld ten aanzien van het voorzien zijn van produkten van merken of kentekenen dan wel het voorzien zijn van produkten van zodanige merken of kentekenen als vereiste wordt gesteld voor de bevoegdheid tot enige gedraging met betrekking tot die produkten, kan Onze Minister bij in de Staatscourant bekend te maken regeling regelen vaststellen ten aanzien van het vervaardigen, vervoeren, te koop aanbieden, verkopen, voorhanden en in voorraad hebben, afleveren en gebruiken van zodanige merken of kentekenen en van stempels en andere werktuigen, waarmede de merken en kentekenen kunnen worden vervaardigd of aangebracht.

Hoofdstuk III — Regelen ten aanzien van de binnenlandse markt › § 4 — Bijzondere regelen

Artikel 27

Onze Minister kan aan producenten van en aan handelaren in produkten de verplichting opleggen, aan door hem aangewezen gemachtigden desgevraagd binnen de daarvoor gestelde termijn duidelijk, zonder voorbehoud en naar waarheid de inlichtingen met betrekking tot hun onderneming te verstrekken, die naar zijn oordeel nodig zijn ter voorbereiding of uitvoering van enige krachtens deze wet te nemen of genomen maatregel.

Hoofdstuk III — Regelen ten aanzien van de binnenlandse markt › § 4 — Bijzondere regelen

Artikel 28

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, als bedoeld in artikel 18, en bij een regeling krachtens de artikelen 13, 15, 17, 19, 20, 21 en 22 kan worden bepaald, dat tot een bepaalde groep of tot bepaalde groepen behorende producenten van of handelaren in produkten verplicht zijn, van alles wat hun onderneming betreft op zodanige wijze aantekening te houden, dat daaruit te allen tijde de produktie, de voorraad en de ontvangen, be- of verwerkte en afgeleverde hoeveelheden van enig produkt, alsmede de op een en ander betrekking hebbende financiële gegevens kunnen worden gekend.

Hoofdstuk III — Regelen ten aanzien van de binnenlandse markt › § 4 — Bijzondere regelen

Artikel 29

Degene, die ingevolge een voorschrift, krachtens een bepaling van dit Hoofdstuk vastgesteld, in het bezit dient te zijn van een of meer bescheiden, is verplicht die bescheiden steeds bij zich te hebben bij gedragingen met betrekking tot welke het bezit van zodanige bescheiden verplicht is gesteld. Hij is verplicht deze bescheiden op eerste vordering te tonen of tegen bewijs van ontvangst af te geven aan de ambtenaren, die zijn belast met de opsporing van overtredingen van voorschriften, gesteld bij of krachtens deze wet.

Hoofdstuk III — Regelen ten aanzien van de binnenlandse markt › § 4 — Bijzondere regelen

Artikel 30

Onze Minister brengt ieder kwartaal verslag uit aan de Staten-Generaal over de toepassing van de bepalingen van dit Hoofdstuk.

Hoofdstuk IV — Het in- en verkoopbureau

Artikel 31

Vervallen

Hoofdstuk IV — Het in- en verkoopbureau

Artikel 32

Vervallen

Hoofdstuk IV — Het in- en verkoopbureau

Artikel 33

Vervallen

Hoofdstuk IV — Het in- en verkoopbureau

Artikel 34

Vervallen

Hoofdstuk IV — Het in- en verkoopbureau

Artikel 35

Vervallen

Hoofdstuk IV — Het in- en verkoopbureau

Artikel 36

Vervallen

Hoofdstuk IV — Het in- en verkoopbureau

Artikel 37

Vervallen

Hoofdstuk IV — Het in- en verkoopbureau

Artikel 38

Vervallen

Hoofdstuk IV — Het in- en verkoopbureau

Artikel 39

Vervallen

Hoofdstuk IV — Het in- en verkoopbureau

Artikel 40

Vervallen

Hoofdstuk IV — Het in- en verkoopbureau

Artikel 41

Vervallen

Hoofdstuk V — De in- en uitvoer

Artikel 42

Vervallen

Hoofdstuk V — De in- en uitvoer

Artikel 43

Vervallen

Hoofdstuk V — De in- en uitvoer

Artikel 44

Vervallen

Hoofdstuk V — De in- en uitvoer

Artikel 45

Vervallen

Hoofdstuk VI — Beroep

Artikel 46

Vervallen

Hoofdstuk VII — Overige bepalingen

Artikel 47

Het is verboden terzake van een aanvrage om een vergunning of een ontheffing onjuiste of onvolledige gegevens te verstrekken.

Hoofdstuk VII — Overige bepalingen

Artikel 48

Indien aan een vergunning of een ontheffing, krachtens de bepalingen van deze wet verleend, voorwaarden zijn verbonden, wordt degene, die de voorwaarden niet nakomt, in zoverre geacht zonder vergunning of ontheffing te handelen.

Hoofdstuk VII — Overige bepalingen

Artikel 48a

1 Onze Minister wijst in overeenstemming met Onze bij algemene maatregel van bestuur aangewezen Ministers ambtenaren aan, belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze wet gestelde regelen.

2 Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

Hoofdstuk VII — Overige bepalingen

Artikel 49

1 Hetgeen krachtens artikel 13 is verschuldigd, kan door de Staat bij dwangbevel worden ingevorderd.

2 Verzet tegen de executie geschiedt door het instellen van een vordering tegen de Staat bij de burgerlijke rechter van de rechtbank van het arrondissement, binnen hetwelk zijn woonplaats is gelegen.

Hoofdstuk VII — Overige bepalingen

Artikel 49a

Vervallen

Hoofdstuk VII — Overige bepalingen

Artikel 50

Vervallen

Hoofdstuk VII — Overige bepalingen

Artikel 51

1 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld ter bevordering van een goede uitvoering van deze wet.

2 Een gedraging in strijd met een dergelijke regel is een strafbaar feit, voorzover uitdrukkelijk als zodanig aangeduid.

Hoofdstuk VII — Overige bepalingen

Artikel 52

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Hoofdstuk VII — Overige bepalingen

Artikel 53

1 Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

2 De rechten, lasten, verplichtingen en bezittingen van de Stichting "Voedselvoorziening Import Bureau" gaan bij haar opheffing over op het voedselvoorzieningsin- en verkoopbureau.

Hoofdstuk VII — Overige bepalingen

Artikel 54

1 De Landbouw-Crisiswet 1933 wordt ingetrokken.

2 Het Voedselvoorzieningsbesluit en alle op grond van, ter uitvoering van of krachtens dit besluit uitgevaardigde voorschriften vervallen.

Hoofdstuk VII — Overige bepalingen

Artikel 55

Vervallen

Hoofdstuk VII — Overige bepalingen

Artikel 56

1 Deze wet kan worden aangehaald als "Landbouwwet".

2 Zij treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.