wetzoeker

Artikel 18 Successiewet 1956

Grondslagen voor de objectieve en subjectieve belastingplicht

1 Onder vruchtgebruik worden, voor de toepassing van deze wet, mede verstaan vruchtgenot, gebruik en bewoning, vruchten en inkomsten, jaarlijkse opbrengst en soortgelijke uitkeringen uit daartoe aangewezen goederen.

2 Onder periodieke uitkering wordt, voor de toepassing van deze wet, behalve de uitkering in geld, mede verstaan elke andere, voortdurende, of op vastgestelde tijdstippen terugkerende, prestatie.

Regeling
Successiewet 1956
Afkortingen
SW
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0002226
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl