wetzoeker

Artikel 31 Algemene Ouderdomswet

Vakantie-uitkering

1 Eenmaal per jaar vindt ambtshalve uitbetaling van de vakantie-uitkering plaats.

2 De in het vorige lid bedoelde uitbetaling vindt plaats in de maand mei en omvat de vakantie-uitkering, waarop recht bestond over de periode van twaalf maanden, voorafgaande aan de maand mei.

3 De vakantie-uitkering wordt betaald zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld.

Regeling
Algemene Ouderdomswet
Afkortingen
AOW
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0002221
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl