wetzoeker

Besluit ex artikel 32 Instellingswet Productschappen en Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten

Besluit van 18 juni 1955, houdende uitvoering van artikel 32 van de Instellingswet Productschappen en Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten

Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-01-1956
Rechtsgebied
Agrarisch recht
Ministerie
Sociale Zaken en Werkgelegenheid
BWB-id
BWBR0002189
Versie
1956-01-01_0
SHA-256 bron
06b1ffbcf6c03e7bfdd24c3571e3ccad0aa75057a17e67171e05cb4ba0bad6d2

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (6)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6

Artikel 1

Voor de toepassing van de Instellingswet Productschappen en Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten (Stb. 1954, 451) en van de artikelen 94, 100, derde lid, en 104, tweede lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie (Stb. 1950, K 22) ten aanzien van het Productschap voor Granen, Zaden en Peulvruchten wordt Onze Minister van Economische Zaken mede als betrokken Minister aangemerkt, voor zoveel betreft:

a. verordeningen, die bindende regelen inhouden voor het bakkersbedrijf of de detailhandel in voor menselijke consumptie geschikte, uit granen, zaden of landbouwpeulvruchten verkregen producten;

b. verordeningen, die regelen inhouden, welke de mededinging beperken tussen degenen, die ondernemingen drijven op het gebied van de be- of verwerking van of de groothandel in granen, landbouwpeulvruchten, welke niet in groene toestand zijn geoogst, fijne zaden, boekweit, hop, cichorei- of witlofwortels, uitheemse zetmeelrijke producten of producten, welke uit de vorenbedoelde zijn verkregen.

Artikel 2

Voor de toepassing van de in artikel 1 bedoelde bepalingen ten aanzien van het Productschap voor Landbouwzaaizaden wordt Onze Minister van Economische Zaken mede als betrokken Minister aangemerkt, voor zoveel betreft verordeningen, die regelen inhouden, welke de mededinging beperken tussen degenen, die ondernemingen drijven op het gebied van de handel in landbouwzaaizaden.

Artikel 3

Voor de toepassing van de in artikel 1 bedoelde bepalingen ten aanzien van het Productschap voor Aardappelen wordt Onze Minister van Economische Zaken mede als betrokken Minister aangemerkt, voor zoveel betreft:

a. verordeningen, die bindende regelen inhouden voor de detailhandel in aardappelen of daaruit verkregen, voor menselijke consumptie geschikte producten;

b. verordeningen, die regelen inhouden, welke de mededinging beperken tussen degenen, die ondernemingen drijven op het gebied van de aardappelmeelindustrie, de aardappelmeel be- of verwerkende industrie of de groothandel in aardappelen, aardappelmeel of andere uit aardappelen verkregen producten.

Artikel 4

Voor de toepassing van de in artikel 1 bedoelde bepalingen ten aanzien van het Productschap voor Veevoeder wordt Onze Minister van Economische Zaken mede als betrokken Minister aangemerkt, voor zoveel betreft verordeningen, die regelen inhouden, welke de mededinging beperken tussen degenen, die ondernemingen drijven op het gebied van de mengvoederindustrie, de overige veevoeder- en de veevoedergrondstoffenindustrie of de handel in veevoeder en veevoedergrondstoffen.

Artikel 5

Voor de toepassing van de in artikel 1 bedoelde bepalingen ten aanzien van het Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten wordt Onze Minister van Economische Zaken mede als betrokken Minister aangemerkt, voor zoveel betreft:

a. verordeningen, die bindende regelen inhouden:

1. voor een der in de artikelen 1, onder a, en 3, onder a, genoemde bedrijven;

2. voor het banketbakkersbedrijf, het hotel-, het café- of het restaurantbedrijf of de detailhandel in koffie, thee, cacaobonen of daaruit verkregen producten, of wijn;

b. verordeningen, die regelen inhouden, welke de mededinging beperken tussen degenen, die ondernemingen drijven:

1. op een der in de artikelen 1, onder b, 2, 3, onder b, en 4 genoemde gebieden;

2. op het gebied van de be- of verwerking van koffie, thee of cacaobonen of daaruit verkregen producten of de groothandel in koffie, thee, cacaobonen of daaruit verkregen producten, of wijn.

Artikel 6

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip van in werking treden van de Instellingswet Productschappen en Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten.