wetzoeker

Beroepswet

Wet van 2 februari 1955, houdende nieuwe regeling van de organisatie en procedure van de Centrale Raad van Beroep en de raden van beroep

Soort
Wet
Geldend vanaf
16-11-2023
Afkortingen
Berw
Rechtsgebied
Bestuursprocesrecht, Procesrecht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0002170
Versie
2023-11-16_0
SHA-256 bron
f45d2ef6a48836c821c578bae84a69496165000b6f0b7e353739f4256c84e1c2

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (34)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 3a
  5. Artikel 4
  6. Artikel 4a
  7. Artikel 5
  8. Artikel 6
  9. Artikel 7
  10. Artikel 8
  11. Artikel 9
  12. Artikel 10
  13. Artikel 11
  14. Artikel 12
  15. Artikel 13
  16. Artikel 14
  17. Artikel 15
  18. Artikel 16
  19. Artikel 17
  20. Artikel 18
  21. Artikel 19
  22. Artikel 20
  23. Artikel 21
  24. Artikel 21a
  25. Artikel 22
  26. Artikel 23
  27. Artikel 24
  28. Artikel 25
  29. Artikel 26
  30. Artikel 27
  31. Artikel 28
  32. Artikel 28a
  33. Artikel 29
  34. Bijlage — bij de Beroepswet

Titel I — De Centrale Raad van Beroep

Artikel 1

Er is een Centrale Raad van Beroep, gevestigd te Utrecht.

Titel I — De Centrale Raad van Beroep

Artikel 2

1 Bij de Centrale Raad van Beroep zijn werkzaam:

a. leden met rechtspraak belast, en

b. gerechtsambtenaren.

2 De leden met rechtspraak belast, werkzaam bij de Centrale Raad van Beroep zijn:

a. senior raadsheren;

b. raadsheren;

c. raadsheren-plaatsvervangers.

Titel I — De Centrale Raad van Beroep

Artikel 3

Het bepaalde bij en krachtens de afdelingen 1, 1A, 2 en 6 van hoofdstuk 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie is, met uitzondering van de artikelen 2, 3, 9, 11, 20, tweede lid, 21, 21b, 21c en 23a, van overeenkomstige toepassing op de Centrale Raad van Beroep, met dien verstande dat:

a. het bestuur bestaat uit drie leden, waaronder de voorzitter, waarbij geldt dat twee leden, waaronder de voorzitter, leden met rechtspraak belast van de Centrale Raad van Beroep als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a of b, zijn;

b. de voorzitter onderscheidenlijk het andere rechterlijk lid gedurende zijn benoemingsduur als voorzitter onderscheidenlijk ander rechterlijk lid, in plaats van zijn salaris overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens de artikelen 1ab en 7 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen salaris behorende bij de vervulling van de functie van voorzitter onderscheidenlijk ander rechterlijk lid ontvangt;

c. de voorzitter onderscheidenlijk het andere rechterlijk lid na het verstrijken van een benoemingsduur van ten minste zes aaneengesloten jaren, met ingang van de datum waarop hij zijn werkzaamheden als zodanig beëindigt, gedurende drie jaren een toelage ontvangt op het salaris dat hij overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens de artikelen 1ab en 7 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren geniet, waarvan het bedrag gelijk is aan het verschil tussen dat salaris en de bij algemene maatregel van bestuur voor de functie van voorzitter onderscheidenlijk ander rechterlijk lid vast te stellen salarishoogte;

d. bij algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld over het salaris van de leden van het bestuur en de onkostenvergoeding van de voorzitter en het andere rechterlijk lid;

e. de griffie alle werkdagen gedurende ten minste zes uren per dag is geopend;

f. de voorzitter en het andere rechterlijk lid tevens staatsraad of staatsraad in buitengewone dienst kunnen zijn;

g. de voorzitter en het andere rechterlijk lid van het bestuur niet tevens lid kunnen zijn van het bestuur van een rechtbank, het bestuur van een gerechtshof of het bestuur van het College van Beroep voor het bedrijfsleven, behoudens in het geval van tijdelijke waarneming, en het niet-rechterlijk lid van het bestuur, naast het geval van tijdelijke waarneming, slechts in bijzondere gevallen tevens lid kan zijn van het bestuur van één rechtbank, het bestuur van één gerechtshof of het bestuur van het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

Titel I — De Centrale Raad van Beroep

Artikel 3a

De Centrale Raad van Beroep vormt en bezet op voorstel van de president grote kamers. Deze bestaan uit vijf leden, van wie een als voorzitter optreedt.

Titel I — De Centrale Raad van Beroep

Artikel 4

1 Op de leden met rechtspraak belast is de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, voor zover betrekking hebbend op rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast, met uitzondering van de artikelen 5a, 5b, 5c, vierde tot en met zesde lid, en 5g, tweede lid, onderdeel a, en vierde lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:

a. het bestuur wordt aangemerkt als hun functionele autoriteit;

b. zij met betrekking tot hun benoeming en salaris worden gelijkgesteld met degenen die hetzelfde ambt vervullen bij een gerechtshof;

c. het bestuur de lijst van aanbeveling opmaakt bij het openvallen van een plaats van senior raadsheer, raadsheer of raadsheer-plaatsvervanger en de Raad voor de rechtspraak deze lijst telkens, onder medezending van een advies hierover, aan Onze Minister van Veiligheid en Justitie doorzendt met het oog op een voordracht voor benoeming overeenkomstig artikel 2, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren;

d. het bestuur de werkzaamheden van de leden met rechtspraak belast verdeelt; en

e. het lid met rechtspraak belast, dat tevens president is van de Centrale Raad van Beroep, ten aanzien van hen bevoegd is tot het opleggen van de disciplinaire maatregel van schriftelijke berisping, het verrichten van de beoordeling, bedoeld in artikel 44, zesde lid, en het doen van een verzoek aan de procureur-generaal bij de Hoge Raad, bedoeld in artikel 46o, tweede lid.

2 Op de senior-gerechtsauditeurs en gerechtsauditeurs is de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, voor zover betrekking hebbend op gerechtsauditeurs, met uitzondering van artikel 5b, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:

a. het bestuur wordt aangemerkt als hun functionele autoriteit;

b. het bestuur de werkzaamheden van de senior-gerechtsauditeurs en gerechtsauditeurs verdeelt; en

c. door vernummering vervallen.

3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de overeenkomstige toepassing van het krachtens de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren bepaalde ten aanzien van de in het eerste en tweede lid genoemde leden met rechtspraak belast, senior-gerechtsauditeurs en gerechtsauditeurs.

Titel I — De Centrale Raad van Beroep

Artikel 4a

De leden met rechtspraak belast worden voor de overeenkomstige toepassing van artikel 54a van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren gelijkgesteld met een rechterlijk ambtenaar als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 2° en 3°, van de Wet op de rechterlijke organisatie.

Titel I — De Centrale Raad van Beroep

Artikel 5

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de werkwijze van de Centrale Raad van Beroep.

Titel I — De Centrale Raad van Beroep

Artikel 6

De rechtbanken en de presidenten geven inlichtingen wanneer die door de president van de Centrale Raad van Beroep voor de behandeling van een zaak noodzakelijk worden geacht.

Titel I — De Centrale Raad van Beroep

Artikel 7

Vervallen

Titel I — De Centrale Raad van Beroep

Artikel 8

Vervallen

Titel I — De Centrale Raad van Beroep

Artikel 9

Vervallen

Titel I — De Centrale Raad van Beroep

Artikel 10

Vervallen

Titel I — De Centrale Raad van Beroep

Artikel 11

Vervallen

Titel I — De Centrale Raad van Beroep

Artikel 12

Vervallen

Titel I — De Centrale Raad van Beroep

Artikel 13

Vervallen

Titel I — De Centrale Raad van Beroep

Artikel 14

Vervallen

Titel I — De Centrale Raad van Beroep

Artikel 15

Vervallen

Titel I — De Centrale Raad van Beroep

Artikel 16

Vervallen

Titel II — Slotbepalingen

Artikel 17

Vervallen

Titel II — Slotbepalingen

Artikel 18

Vervallen

Titel II — Slotbepalingen

Artikel 19

Vervallen

Titel II — Slotbepalingen

Artikel 20

Vervallen

Titel II — Slotbepalingen

Artikel 21

Vervallen

Titel II — Slotbepalingen

Artikel 21a

Vervallen

Titel II — Slotbepalingen

Artikel 22

Vervallen

Titel II — Slotbepalingen

Artikel 23

Vervallen

Titel II — Slotbepalingen

Artikel 24

Vervallen

Titel II — Slotbepalingen

Artikel 25

Vervallen

Titel II — Slotbepalingen

Artikel 26

Vervallen

Titel II — Slotbepalingen

Artikel 27

Vervallen

Titel II — Slotbepalingen

Artikel 28

Vervallen

Titel II — Slotbepalingen

Artikel 28a

Vervallen

Titel II — Slotbepalingen

Artikel 29

Vervallen

Bijlage — bij de Beroepswet

Bijlage — bij de Beroepswet

Vervallen