wetzoeker

Artikel 3 Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden

Algemene bepalingen

1 Onverminderd hetgeen elders in het Statuut is bepaald, zijn aangelegenheden van het Koninkrijk:

a. de handhaving van de onafhankelijkheid en de verdediging van het Koninkrijk;

b. de buitenlandse betrekkingen;

c. het Nederlanderschap;

d. de regeling van de ridderorden, alsmede van de vlag en het wapen van het Koninkrijk;

e. de regeling van de nationaliteit van schepen en het stellen van eisen met betrekking tot de veiligheid en de navigatie van zeeschepen, die de vlag van het Koninkrijk voeren, met uitzondering van zeilschepen;

f. het toezicht op de algemene regelen betreffende de toelating en uitzetting van Nederlanders;

g. het stellen van algemene voorwaarden voor toelating en uitzetting van vreemdelingen;

h. de uitlevering.

2 Andere onderwerpen kunnen in gemeen overleg tot aangelegenheden van het Koninkrijk worden verklaard.

Artikel 55 is daarbij van overeenkomstige toepassing.

Regeling
Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden
Afkortingen
Statuut
Soort
Rijkswet
Geldend vanaf
01-01-2024
BWB-id
BWBR0002154
Versie
2024-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl