wetzoeker

Instellingswet Productschappen en Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten

Wet van 30 september 1954, houdende instelling van productschappen en een hoofdproductschap voor akkerbouwproducten

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-1986
Rechtsgebied
Agrarisch recht
Ministerie
Sociale Zaken en Werkgelegenheid
BWB-id
BWBR0002152
Versie
1986-01-01_0
SHA-256 bron
ba5c6aa6cb44a5f56bc71901739035d782b6da439f199472eb86bed01c4fe1da

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (39)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 3a
  5. Artikel 4
  6. Artikel 5
  7. Artikel 6
  8. Artikel 6a
  9. Artikel 7
  10. Artikel 8
  11. Artikel 9
  12. Artikel 9a
  13. Artikel 10
  14. Artikel 11
  15. Artikel 12
  16. Artikel 12a
  17. Artikel 13
  18. Artikel 14
  19. Artikel 15
  20. Artikel 16
  21. Artikel 17
  22. Artikel 18
  23. Artikel 19
  24. Artikel 20
  25. Artikel 21
  26. Artikel 21a
  27. Artikel 22
  28. Artikel 23
  29. Artikel 24
  30. Artikel 25
  31. Artikel 26
  32. Artikel 27
  33. Artikel 28
  34. Artikel 29
  35. Artikel 30
  36. Artikel 31
  37. Artikel 32
  38. Artikel 33
  39. Artikel 34

Eerste hoofdstuk De productschappen voor akkerbouwproducten

Artikel 1

1 Er is een Productschap voor Granen, Zaden en Peulvruchten.

2 Het productschap heeft zijn zetel te 's-Gravenhage.

Eerste hoofdstuk De productschappen voor akkerbouwproducten

Artikel 2

1 Het productschap is ingesteld voor de ondernemingen, waarin:

de teelt wordt uitgeoefend van granen, landbouwpeulvruchten, fijne of oliehoudende zaden, boekweit, hop of cichorei- of witlofwortels;

een of meer van de volgende producten worden be- of verwerkt tot producten - met uitzondering van gedistilleerde dranken en azijn -, welke, al dan niet na verdere be- of verwerking, tot menselijke consumptie kunnen dienen:

granen, landbouwpeulvruchten, welke niet in groene toestand zijn geoogst, fijne zaden of boekweit;

hop, cichorei- of witlofwortels;

uitheemse zetmeelrijke producten;

producten, welke uit de eerder bedoelde producten zijn verkregen;

de handel - met uitzondering van de aanvoer-, transito- en driehoekshandel - wordt uitgeoefend in een of meer van de volgende producten:

granen, landbouwpeulvruchten, welke niet in groene toestand zijn geoogst, fijne of in het binnenland geteelde oliehoudende zaden, of boekweit, met uitzondering van zaaizaden van deze producten;

hop of cichoreiwortels;

uitheemse zetmeelrijke producten;

producten, welke uit de eerderbedoelde producten, met uitzondering van oliehoudende zaden, zijn verkregen en, al dan niet na verdere be- of verwerking, tot menselijke consumptie kunnen dienen, met uitzondering van gedistilleerde dranken en azijn en, voor wat de binnenlandse handel betreft, van bier.

2 In dit artikel worden onder gedistilleerde dranken verstaan de alcoholhoudende producten, welke, al dan niet na be- of verwerking, kunnen dienen tot menselijke consumptie en waarvoor in geval van ge- of verbruik hier te lande gedistilleerdaccijns verschuldigd is, met uitzondering van spiritus en moutwijn.

Eerste hoofdstuk De productschappen voor akkerbouwproducten

Artikel 3

Het bestuur van het Productschap voor Granen, Zaden en Peulvruchten bestaat uit 36 leden. Daarvan worden benoemd:

voor de ondernemingen op het gebied van | door organisaties van ondernemers | door organisaties van werk-nemers

de teelt van granen, zaden en landbouwpeulvruchten | 5 leden | 5 leden

het meel en bloem producerende bedrijf | 2 leden | 2 leden

de overige graan be- en verwerkende industrie | 2 leden | 2 leden

de bakkerij | 1 lid | 1 lid

de meel be- en verwerkende industrie | 2 leden | 2 leden

de groothandel en de werkzaamheid van tussenpersonen in granen zaden, landbouwpeulvruchten, meel en bloem | 4 leden | 4 leden

de groothandel in voor menselijke consumptie geschikte, uit granen, zaden of landbouwpeulvruchten verkregen producten | 1 lid | 1 lid

de detailhandel in voor menselijke consumptie geschikte, uit granen, zaden of landbouwpeulvruchten verkregen producten | 1 lid | 1 lid

Eerste hoofdstuk De productschappen voor akkerbouwproducten

Artikel 3a

Het bestuur is bevoegd uit zijn midden voor elk lid van het dagelijks bestuur een plaatsvervanger te benoemen.

Eerste hoofdstuk De productschappen voor akkerbouwproducten

Artikel 4

1 Er is een Productschap voor Landbouwzaaizaden.

2 Het productschap heeft zijn zetel te 's-Gravenhage.

Eerste hoofdstuk De productschappen voor akkerbouwproducten

Artikel 5

1 Het productschap is ingesteld voor de ondernemingen, waarin:

landbouwzaaizaden worden geteeld;

de handel - met uitzondering van de aanvoer-, transito- en driehoekshandel - wordt uitgeoefend in landbouwzaaizaden.

2 In dit artikel worden onder landbouwzaaizaden verstaan alle zaaizaden, met uitzondering van zaaizaden van groentegewassen, specerijgewassen, kruiden, siergewassen en bomen en van voor zaaidoeleinden bestemde specerijzaden.

Eerste hoofdstuk De productschappen voor akkerbouwproducten

Artikel 6

In afwijking van artikel 73, vierde lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie (Stb. 1950, K 22, sedert gewijzigd) bedraagt het aantal door organisaties van werknemers te benoemen leden van het bestuur van het Productschap voor Landbouwzaaizaden ten minste zeven tienden en ten hoogste vier vijfden van het door organisaties van ondernemers te benoemen aantal.

Eerste hoofdstuk De productschappen voor akkerbouwproducten

Artikel 6a

Het bestuur is bevoegd uit zijn midden voor elk lid van het dagelijks bestuur een plaatsvervanger te benoemen.

Eerste hoofdstuk De productschappen voor akkerbouwproducten

Artikel 7

1 Er is een Productschap voor Aardappelen.

2 Het Productschap heeft zijn zetel te 's-Gravenhage.

Eerste hoofdstuk De productschappen voor akkerbouwproducten

Artikel 8

1 Het productschap is ingesteld voor de ondernemingen, waarin:

aardappelen worden geteeld;

aardappelen of daaruit verkregen producten worden be- of verwerkt tot producten, welke, al dan niet na verdere be- of verwerking, tot menselijk voedsel kunnen dienen;

de handel - met uitzondering van de aanvoer-, transito- en driehoekshandel - wordt uitgeoefend in aardappelen of daaruit verkregen producten, welke, al dan niet na verdere be- of verwerking tot menselijk voedsel kunnen dienen, met uitzondering van pootaardappelen.

2 Als ondernemingen, bedoeld in het eerste lid, worden mede aangemerkt de veilingen van de in dat lid bedoelde producten.

Eerste hoofdstuk De productschappen voor akkerbouwproducten

Artikel 9

Het bestuur van het Produktschap voor Aardappelen bestaat uit 24 leden. Daarvan worden benoemd:

voor de ondernemingen op het gebied van | door organisaties van ondernemers | door organisaties van werknemers

de teelt van aardappelen | 4 leden | 4 leden

de aardappel be- en verwerkende industrie | 4 leden | 4 leden

de groothandel, de werkzaamheid van tussenpersonen en de detailhandel in aardappelen en daaruit verkregen produkten | 4 leden | 4 leden.

Eerste hoofdstuk De productschappen voor akkerbouwproducten

Artikel 9a

Het bestuur is bevoegd uit zijn midden voor elk lid van het dagelijks bestuur een plaatsvervanger te benoemen.

Eerste hoofdstuk De productschappen voor akkerbouwproducten

Artikel 10

1 Er is een Productschap voor Veevoeder.

2 Het productschap heeft zijn zetel te 's-Gravenhage.

Eerste hoofdstuk De productschappen voor akkerbouwproducten

Artikel 11

1 Het productschap is ingesteld voor de ondernemingen, waarin:

voedergewassen worden geteeld;

veevoeder als afval of bijproduct wordt verkregen;

producten van welke aard ook worden verwerkt tot veevoeder, dan wel veevoeder wordt bewerkt;

veevoeder wordt vervoederd;

de handel - met uitzondering van de aanvoer-, transito- en driehoekshandel - wordt uitgeoefend in veevoeder.

2 In dit artikel wordt onder veevoeder verstaan iedere stof, bestemd om te worden gebruikt als, of te worden verwerkt in voeder voor dieren.

Eerste hoofdstuk De productschappen voor akkerbouwproducten

Artikel 12

Het bestuur van het Productschap voor Veevoeder bestaat uit 36 leden. Daarvan worden benoemd:

voor de ondernemingen op het gebied van | door organisaties van ondernemers | door organisaties van werknemers

de agrarische voortbrenging | 2 leden | 2 leden

de mengvoederindustrie, voor zover zij niet als kleine ondernemingen kunnen worden aangemerkt | 5 leden | 5 leden

de overige veevoeder- en de veevoedergrondstoffenindustrie, voor zover zij niet als kleine ondernemingen kunnen worden aangemerkt | 2 leden | 2 leden

de groothandel en de werkzaamheid van tussenpersonen in veevoeder en veevoedergrondstoffen voor zover zij niet als kleine ondernemingen kunnen worden aangemerkt | 4 leden | 4 leden

de niet-agrarische voortbrenging en de handel, voor zover zij als kleine ondernemingen kunnen worden aangemerkt | 3 leden | 3 leden

de veehouderij en de pluimveehouderij | 2 leden | 2 leden

Eerste hoofdstuk De productschappen voor akkerbouwproducten

Artikel 12a

Het bestuur is bevoegd uit zijn midden voor elk lid van het dagelijks bestuur een plaatsvervanger te benoemen.

Eerste hoofdstuk De productschappen voor akkerbouwproducten

Artikel 13

In dit hoofdstuk, met uitzondering van de artikelen 3, 9 en 12, wordt onder handel mede verstaan de werkzaamheid van tussenpersonen.

Eerste hoofdstuk De productschappen voor akkerbouwproducten

Artikel 14

1 Aan elk der bij dit hoofdstuk ingestelde productschappen is overgelaten de regeling of nadere regeling van de navolgende onderwerpen:

a. aangelegenheden, verband houdende met het economisch verkeer tussen verschillende stadia van voortbrenging en afzet, waaronder, indien of voorzover dit door Ons is bepaald, de prijzen begrepen zijn;

b. de registratie van de ondernemingen, waarvoor het productschap is ingesteld;

c. het verstrekken van de voor de vervulling van de taak van het productschap nodige gegevens;

d. de voor de vervulling van de taak van het productschap nodige inzage van boeken en bescheiden en bezichtiging en opneming van bedrijfsmiddelen en voorraden van ondernemingen.

2 Als aangelegenheden, bedoeld in het voorgaande lid, onder a, worden niet aangemerkt:

a. de vestiging, uitbreiding en stillegging van ondernemingen;

b. de in- en uitvoer.

3 Verordeningen betreffende de in het eerste lid bedoelde onderwerpen hebben niet betrekking op de aanvoer-, transito- en driehoekshandel.

4 Verordeningen betreffende onderwerpen, als bedoeld in het eerste lid, onder c en d, houden waarborgen in tegen misbruik van de ingevolge die verordeningen te verstrekken gegevens.

Eerste hoofdstuk De productschappen voor akkerbouwproducten

Artikel 15

Overtredingen van het bepaalde bij of krachtens een op grond van artikel 93, eerste lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie vastgestelde verordening kunnen bij de verordening worden aangewezen als strafbare feiten.

Eerste hoofdstuk De productschappen voor akkerbouwproducten

Artikel 16

Bij een op grond van artikel 93, eerste lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie vastgestelde verordening kan worden bepaald, dat de bij of krachtens die verordening gestelde regelen mede andere dan de in artikel 102, eerste lid, van genoemde wet bedoelde natuurlijke en rechtspersonen binden, voor zover deze handelingen verrichten, die bedrijfsmatig in de ondernemingen, waarvoor het productschap is ingesteld, plegen te worden verricht.

Eerste hoofdstuk De productschappen voor akkerbouwproducten

Artikel 17

1 Verordeningen, waarbij krachtens artikel 126, eerste lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie een heffing wordt opgelegd tot een in die verordeningen vermeld ander doel dan dekking van de huishoudelijke uitgaven van het productschap, behoeven, in afwijking van het derde lid van dat artikel, de goedkeuring van Onze betrokken Ministers; zij worden terstond na vaststelling ter kennisneming aan de Sociaal-Economische Raad toegezonden.

2 Tot instelling van een fonds in het belang der bedrijfsgenoten wordt besloten bij verordening. Zodanige verordening behoeft de goedkeuring van Onze betrokken Ministers.

3 Onze betrokken Ministers kunnen bepalen, dat besluiten tot uitbetalingen ten laste van een fonds in het belang der bedrijfsgenoten hun goedkeuring behoeven.

Tweede hoofdstuk Het Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten

Artikel 18

1 Er is een Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten.

2 Het hoofdproductschap heeft zijn zetel te 's-Gravenhage.

Tweede hoofdstuk Het Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten

Artikel 19

De wettelijke voorschriften, geldende met betrekking tot de bij het eerste hoofdstuk ingestelde productschappen, zijn, voor zover niet het tegendeel blijkt, mede van toepassing met betrekking tot het hoofdproductschap.

Tweede hoofdstuk Het Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten

Artikel 20

1 Het hoofdproductschap is ingesteld voor de ondernemingen:

a. waarvoor bij het eerste hoofdstuk een productschap is ingesteld;

b. waarin thee, koffie- of cacaobonen of daaruit verkregen producten worden be- of verwerkt tot producten, welke al dan niet na verdere be- of verwerking, tot menselijke consumptie kunnen dienen;

de handel - met uitzondering van de aanvoer, transito- en driehoekshandel - wordt uitgeoefend in thee, koffie- of cacaobonen of daaruit verkregen producten of wijn, welke, al dan niet na verdere be- of verwerking, tot menselijke consumptie kunnen dienen.

2 Als ondernemingen, bedoeld in het eerste lid, onder b, worden mede aangemerkt de veilingen van de daar bedoelde producten.

3 In dit hoofdstuk, met uitzondering van de artikelen 21 en 23, wordt onder handel mede verstaan de werkzaamheid van tussenpersonen.

Tweede hoofdstuk Het Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten

Artikel 21

Het bestuur van het Hoofdproductschap bestaat uit 24 leden. Daarvan worden benoemd:

voor de ondernemingen, waarvoor het hoofdproductschap is ingesteld, op het gebied van | door organisaties van ondernemers | door organisaties van werknemers

op het gebied van de teelt | 4 leden | 4 leden

de be- en verwerkende industrie, voor zover zij niet als kleine ondernemingen kunnen worden aangemerkt | 4 leden | 4 leden

de handel, met uitzondering van de detailhandel, en de werkzaamheid van tussenpersonen | 3 leden | 3 leden

de be- en verwerking, voor zover zij als kleine ondememingen kunnen worden aangemerkt, alsmede de detailhandel | 1 lid | 1 lid

Tweede hoofdstuk Het Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten

Artikel 21a

Het bestuur is bevoegd uit zijn midden voor elk lid van het dagelijks bestuur een plaatsvervanger te benoemen.

Tweede hoofdstuk Het Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten

Artikel 22

1 Het hoofdproductschap heeft organen, commissies genaamd, voor aangelegenheden betreffende:

a. koffie en thee;

b. cacaobonen, cacao en cacaoproducten;

c. wijn;

d. vlas.

2 De leden van de commissies worden benoemd door organisaties van ondernemers en van werknemers, aangewezen door de Sociaal-Economische Raad. Voor aanwijzing komen slechts in aanmerking naar het oordeel van de Raad representatieve organisaties van de betrokken ondernemers en van de betrokken werknemers, welke verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid zijn.

3 De organisaties zijn bevoegd voor elk lid, dat zij benoemen, tevens een plaatsvervanger te benoemen.

4 De Sociaal-Economische Raad bepaalt het aantal leden, dat elke door hem aangewezen organisatie kan benoemen. De voorzitter van het hoofdproductschap is tevens voorzitter van de commissies. De zittingsperiode van de leden van de commissies valt samen met die van de leden van het bestuur van het hoofdproductschap.

Tweede hoofdstuk Het Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten

Artikel 23

1 De commissie voor koffie en thee bestaat uit 17 leden. Daarvan worden benoemd:

voor de ondernemingen op het gebied van | door organisaties van ondernemers | door organisaties van werknemers

de koffiebranderij en de theepakkerij | 4 leden | 3 leden

de invoerhandel in koffie en thee | 3 leden | 2 leden

de werkzaamheid van tussenpersonen in koffie en thee | 1 lid

de binnenlandse groothandel in koffie en thee | l lid | 2 leden

de detailhandel in koffie en thee | 1 lid

2 De commissie voor cacaobonen, cacao en cacaoproducten bestaat uit 16 leden. Daarvan worden benoemd:

voor de ondernemingen op het gebied van | door organisaties van ondernemers | door organisaties van werknemers

de cacaobonen, cacao en cacaoproducten be- en verwerkende industrie | 5 leden

de banketbakkerij | 1 lid | 4 leden

de groothandel in cacaobonen, cacao en cacaoproducten | 1 lid

de werkzaamheid van tussenpersonen in cacaobonen, cacao en cacaoproducten | 1 lid | 1 lid

de groothandel in chocolade en chocoladeproducten | 1 lid

de detailhandel in cacao, chocolade en chocoladeproducten | 1 lid | 1 lid

3 De commissie voor wijn bestaat uit 14 leden. Daarvan worden benoemd:

voor de ondernemingen op het gebied van | door organisaties van ondernemers | door organisaties van werknemers

Het agentuurbedrijf van wijnen | 1 lid

De invoerhandel in wijnen tevens groothandel | 3 leden

De groothandel in wijnen voorzover niet tevens de invoerhandel | 1 lid | 5 leden

De detailhandel in wijnen | 3 leden

Het hotel-, café- en restaurantbedrijf | 1 lid

4 De commissie voor vlas bestaat uit 13 leden. Daarvan worden benoemd:

voor de ondernemingen op het gebied van | door organisaties van ondernemers | door organisaties van werknemers

De teelt van vlas | 3 leden

De be- en verwerking van vlas en de handel in vlas en vlasprodukten | 4 leden | 4 leden

De be- en verwerking van en de handel in (zaai)lijnzaad | 2 leden

Tweede hoofdstuk Het Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten

Artikel 24

1 Aan het hoofdproductschap is overgelaten de regeling of nadere regeling van de navolgende onderwerpen:

a. aangelegenheden, verband houdende met het economisch verkeer tussen verschillende stadia van voortbrenging en afzet - waaronder, indien of voorzover dit door Ons is bepaald, de prijzen begrepen zijn -, waarbij meer dan een der bij het eerste hoofdstuk ingestelde productschappen, dan wel een der bij artikel 22 ingestelde commissies is betrokken;

b. de registratie van de ondernemingen, waarvoor het is ingesteld;

c. het verstrekken van de voor de vervulling van de taak van het hoofdproductschap nodige gegevens;

d. de voor de vervulling van de taak van het hoofdproductschap nodige inzage van boeken en bescheiden en bezichtiging en opneming van bedrijfsmiddelen en voorraden van ondernemingen.

2 Artikel 14, tweede, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Tweede hoofdstuk Het Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten

Artikel 25

De artikelen 15-17 zijn van overeenkomstige toepassing.

Derde hoofdstuk Verhouding tussen het Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten en de productschappen

Artikel 26

1 De organen van een productschap verlenen de bij een verordening van het bestuur van het hoofdproductschap tot uitvoering van die verordening gevorderde medewerking.

2 Met betrekking tot deze medewerking zijn de bepalingen van de Wet op de Bedrijfsorganisatie, geldende met betrekking tot de medewerking, bij een verordening van het bestuur van een productschap tot uitvoering van die verordening gevorderd van de organen van een hoofdbedrijf- of een bedrijfschap, mede van toepassing.

Derde hoofdstuk Verhouding tussen het Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten en de productschappen

Artikel 27

Bepalingen in verordeningen van het bestuur van een productschap, welke in strijd zijn met een verordening van het bestuur van het hoofdproductschap, houden van rechtswege op te gelden op het tijdstip, waarop deze strijdigheid ontstaat.

Derde hoofdstuk Verhouding tussen het Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten en de productschappen

Artikel 28

Het bestuur van een productschap dient het bestuur van het hoofdproductschap desgevraagd van bericht en desgevraagd of uit eigen beweging van raad over alle zaken, het productschap betreffende.

Derde hoofdstuk Verhouding tussen het Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten en de productschappen

Artikel 29

1 Indien een verordening of een ander besluit van een orgaan van een bij het eerste hoofdstuk ingesteld productschap de goedkeuring van Onze betrokken Ministers, dan wel van de Sociaal-Economische Raad behoeft, wordt dat besluit ter goedkeuring ingediend door tussenkomst van het bestuur van het hoofdproductschap. Dit beslist over de doorzending binnen een maand, nadat het besluit is ingekomen.

2 Het bestuur van het hoofdproductschap kan de doorzending weigeren, indien het besluit naar zijn oordeel strijdig is met de wet of de belangen, waarvan de behartiging bij artikel 19 van deze wet in verband met artikel 71 van de Wet op de Bedrijfsorganisatie aan dat lichaam is opgedragen. De doorzending wordt niet geweigerd, dan nadat het orgaan, dat het besluit nam, in de gelegenheid is gesteld van zijn zienswijze te doen blijken.

3 De weigering een besluit door te zenden wordt onder opgave van de bij het bestuur van het hoofdproductschap gerezen bedenkingen onverwijld medegedeeld aan het orgaan, dat het besluit nam. Dit kan binnen een maand na de dagtekening der mededeling bij het gezag, welks goedkeuring het besluit behoeft, voorziening vragen.

4 De voorgaande leden zijn niet van toepassing:

a. ten aanzien van een besluit, genomen ter verlening van van het orgaan van het productschap gevorderde medewerking indien het gezag, dat de medewerking heeft gevorderd, zulks heeft bepaald;

b. ten aanzien van een ander besluit, indien het bestuur van het hoofdproductschap zulks bepaalt.

Derde hoofdstuk Verhouding tussen het Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten en de productschappen

Artikel 30

Het bestuur van het hoofdproductschap stelt een verordening niet vast dan na de besturen van de bij het eerste hoofdstuk ingestelde productschappen en de bij artikel 22 ingestelde commissies, welke naar zijn oordeel daarbij zijn betrokken, in de gelegenheid te hebben gesteld van hun zienswijze te doen blijken.

Vierde hoofdstuk Slotbepalingen

Artikel 31

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld ter uitvoering van deze wet.

Vierde hoofdstuk Slotbepalingen

Artikel 32

Voor de toepassing van deze wet en van de artikelen 94, 100, derde lid, en 104, tweede lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie ten aanzien van de bij het eerste hoofdstuk ingestelde productschappen en het Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten worden als Onze betrokken Ministers aangemerkt Onze Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening en, in bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen, Onze Minister van Economische Zaken.

Vierde hoofdstuk Slotbepalingen

Artikel 33

Deze wet kan worden aangehaald als: Instellingswet Productschappen en Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten.

Vierde hoofdstuk Slotbepalingen

Artikel 34

Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.