Instellingswet Productschappen en Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten
Wet van 30 september 1954, houdende instelling van productschappen en een hoofdproductschap voor akkerbouwproducten
- Soort
- Wet
- Geldend vanaf
- 01-01-1986
- Rechtsgebied
- Agrarisch recht
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- BWB-id
- BWBR0002152
- Versie
- 1986-01-01_0
- SHA-256 bron
- ba5c6aa6cb44a5f56bc71901739035d782b6da439f199472eb86bed01c4fe1da
Inhoud (39)
- Artikel 1
- Artikel 2
- Artikel 3
- Artikel 3a
- Artikel 4
- Artikel 5
- Artikel 6
- Artikel 6a
- Artikel 7
- Artikel 8
- Artikel 9
- Artikel 9a
- Artikel 10
- Artikel 11
- Artikel 12
- Artikel 12a
- Artikel 13
- Artikel 14
- Artikel 15
- Artikel 16
- Artikel 17
- Artikel 18
- Artikel 19
- Artikel 20
- Artikel 21
- Artikel 21a
- Artikel 22
- Artikel 23
- Artikel 24
- Artikel 25
- Artikel 26
- Artikel 27
- Artikel 28
- Artikel 29
- Artikel 30
- Artikel 31
- Artikel 32
- Artikel 33
- Artikel 34
Eerste hoofdstuk De productschappen voor akkerbouwproducten
Artikel 1
1 Er is een Productschap voor Granen, Zaden en Peulvruchten.
2 Het productschap heeft zijn zetel te 's-Gravenhage.
Eerste hoofdstuk De productschappen voor akkerbouwproducten
Artikel 2
1 Het productschap is ingesteld voor de ondernemingen, waarin:
de teelt wordt uitgeoefend van granen, landbouwpeulvruchten, fijne of oliehoudende zaden, boekweit, hop of cichorei- of witlofwortels;
een of meer van de volgende producten worden be- of verwerkt tot producten - met uitzondering van gedistilleerde dranken en azijn -, welke, al dan niet na verdere be- of verwerking, tot menselijke consumptie kunnen dienen:
granen, landbouwpeulvruchten, welke niet in groene toestand zijn geoogst, fijne zaden of boekweit;
hop, cichorei- of witlofwortels;
uitheemse zetmeelrijke producten;
producten, welke uit de eerder bedoelde producten zijn verkregen;
de handel - met uitzondering van de aanvoer-, transito- en driehoekshandel - wordt uitgeoefend in een of meer van de volgende producten:
granen, landbouwpeulvruchten, welke niet in groene toestand zijn geoogst, fijne of in het binnenland geteelde oliehoudende zaden, of boekweit, met uitzondering van zaaizaden van deze producten;
hop of cichoreiwortels;
uitheemse zetmeelrijke producten;
producten, welke uit de eerderbedoelde producten, met uitzondering van oliehoudende zaden, zijn verkregen en, al dan niet na verdere be- of verwerking, tot menselijke consumptie kunnen dienen, met uitzondering van gedistilleerde dranken en azijn en, voor wat de binnenlandse handel betreft, van bier.
2 In dit artikel worden onder gedistilleerde dranken verstaan de alcoholhoudende producten, welke, al dan niet na be- of verwerking, kunnen dienen tot menselijke consumptie en waarvoor in geval van ge- of verbruik hier te lande gedistilleerdaccijns verschuldigd is, met uitzondering van spiritus en moutwijn.
Eerste hoofdstuk De productschappen voor akkerbouwproducten
Artikel 3
Het bestuur van het Productschap voor Granen, Zaden en Peulvruchten bestaat uit 36 leden. Daarvan worden benoemd:
voor de ondernemingen op het gebied van | door organisaties van ondernemers | door organisaties van werk-nemers
de teelt van granen, zaden en landbouwpeulvruchten | 5 leden | 5 leden
het meel en bloem producerende bedrijf | 2 leden | 2 leden
de overige graan be- en verwerkende industrie | 2 leden | 2 leden
de bakkerij | 1 lid | 1 lid
de meel be- en verwerkende industrie | 2 leden | 2 leden
de groothandel en de werkzaamheid van tussenpersonen in granen zaden, landbouwpeulvruchten, meel en bloem | 4 leden | 4 leden
de groothandel in voor menselijke consumptie geschikte, uit granen, zaden of landbouwpeulvruchten verkregen producten | 1 lid | 1 lid
de detailhandel in voor menselijke consumptie geschikte, uit granen, zaden of landbouwpeulvruchten verkregen producten | 1 lid | 1 lid
Eerste hoofdstuk De productschappen voor akkerbouwproducten
Artikel 3a
Het bestuur is bevoegd uit zijn midden voor elk lid van het dagelijks bestuur een plaatsvervanger te benoemen.
Eerste hoofdstuk De productschappen voor akkerbouwproducten
Artikel 4
1 Er is een Productschap voor Landbouwzaaizaden.
2 Het productschap heeft zijn zetel te 's-Gravenhage.
Eerste hoofdstuk De productschappen voor akkerbouwproducten
Artikel 5
1 Het productschap is ingesteld voor de ondernemingen, waarin:
landbouwzaaizaden worden geteeld;
de handel - met uitzondering van de aanvoer-, transito- en driehoekshandel - wordt uitgeoefend in landbouwzaaizaden.
2 In dit artikel worden onder landbouwzaaizaden verstaan alle zaaizaden, met uitzondering van zaaizaden van groentegewassen, specerijgewassen, kruiden, siergewassen en bomen en van voor zaaidoeleinden bestemde specerijzaden.
Eerste hoofdstuk De productschappen voor akkerbouwproducten
Artikel 6
In afwijking van artikel 73, vierde lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie (Stb. 1950, K 22, sedert gewijzigd) bedraagt het aantal door organisaties van werknemers te benoemen leden van het bestuur van het Productschap voor Landbouwzaaizaden ten minste zeven tienden en ten hoogste vier vijfden van het door organisaties van ondernemers te benoemen aantal.
Eerste hoofdstuk De productschappen voor akkerbouwproducten
Artikel 6a
Het bestuur is bevoegd uit zijn midden voor elk lid van het dagelijks bestuur een plaatsvervanger te benoemen.
Eerste hoofdstuk De productschappen voor akkerbouwproducten
Artikel 7
1 Er is een Productschap voor Aardappelen.
2 Het Productschap heeft zijn zetel te 's-Gravenhage.
Eerste hoofdstuk De productschappen voor akkerbouwproducten
Artikel 8
1 Het productschap is ingesteld voor de ondernemingen, waarin:
aardappelen worden geteeld;
aardappelen of daaruit verkregen producten worden be- of verwerkt tot producten, welke, al dan niet na verdere be- of verwerking, tot menselijk voedsel kunnen dienen;
de handel - met uitzondering van de aanvoer-, transito- en driehoekshandel - wordt uitgeoefend in aardappelen of daaruit verkregen producten, welke, al dan niet na verdere be- of verwerking tot menselijk voedsel kunnen dienen, met uitzondering van pootaardappelen.
2 Als ondernemingen, bedoeld in het eerste lid, worden mede aangemerkt de veilingen van de in dat lid bedoelde producten.
Eerste hoofdstuk De productschappen voor akkerbouwproducten
Artikel 9
Het bestuur van het Produktschap voor Aardappelen bestaat uit 24 leden. Daarvan worden benoemd:
voor de ondernemingen op het gebied van | door organisaties van ondernemers | door organisaties van werknemers
de teelt van aardappelen | 4 leden | 4 leden
de aardappel be- en verwerkende industrie | 4 leden | 4 leden
de groothandel, de werkzaamheid van tussenpersonen en de detailhandel in aardappelen en daaruit verkregen produkten | 4 leden | 4 leden.
Eerste hoofdstuk De productschappen voor akkerbouwproducten
Artikel 9a
Het bestuur is bevoegd uit zijn midden voor elk lid van het dagelijks bestuur een plaatsvervanger te benoemen.
Eerste hoofdstuk De productschappen voor akkerbouwproducten
Artikel 10
1 Er is een Productschap voor Veevoeder.
2 Het productschap heeft zijn zetel te 's-Gravenhage.
Eerste hoofdstuk De productschappen voor akkerbouwproducten
Artikel 11
1 Het productschap is ingesteld voor de ondernemingen, waarin:
voedergewassen worden geteeld;
veevoeder als afval of bijproduct wordt verkregen;
producten van welke aard ook worden verwerkt tot veevoeder, dan wel veevoeder wordt bewerkt;
veevoeder wordt vervoederd;
de handel - met uitzondering van de aanvoer-, transito- en driehoekshandel - wordt uitgeoefend in veevoeder.
2 In dit artikel wordt onder veevoeder verstaan iedere stof, bestemd om te worden gebruikt als, of te worden verwerkt in voeder voor dieren.
Eerste hoofdstuk De productschappen voor akkerbouwproducten
Artikel 12
Het bestuur van het Productschap voor Veevoeder bestaat uit 36 leden. Daarvan worden benoemd:
voor de ondernemingen op het gebied van | door organisaties van ondernemers | door organisaties van werknemers
de agrarische voortbrenging | 2 leden | 2 leden
de mengvoederindustrie, voor zover zij niet als kleine ondernemingen kunnen worden aangemerkt | 5 leden | 5 leden
de overige veevoeder- en de veevoedergrondstoffenindustrie, voor zover zij niet als kleine ondernemingen kunnen worden aangemerkt | 2 leden | 2 leden
de groothandel en de werkzaamheid van tussenpersonen in veevoeder en veevoedergrondstoffen voor zover zij niet als kleine ondernemingen kunnen worden aangemerkt | 4 leden | 4 leden
de niet-agrarische voortbrenging en de handel, voor zover zij als kleine ondernemingen kunnen worden aangemerkt | 3 leden | 3 leden
de veehouderij en de pluimveehouderij | 2 leden | 2 leden
Eerste hoofdstuk De productschappen voor akkerbouwproducten
Artikel 12a
Het bestuur is bevoegd uit zijn midden voor elk lid van het dagelijks bestuur een plaatsvervanger te benoemen.
Eerste hoofdstuk De productschappen voor akkerbouwproducten
Artikel 13
In dit hoofdstuk, met uitzondering van de artikelen 3, 9 en 12, wordt onder handel mede verstaan de werkzaamheid van tussenpersonen.
Eerste hoofdstuk De productschappen voor akkerbouwproducten
Artikel 14
1 Aan elk der bij dit hoofdstuk ingestelde productschappen is overgelaten de regeling of nadere regeling van de navolgende onderwerpen:
a. aangelegenheden, verband houdende met het economisch verkeer tussen verschillende stadia van voortbrenging en afzet, waaronder, indien of voorzover dit door Ons is bepaald, de prijzen begrepen zijn;
b. de registratie van de ondernemingen, waarvoor het productschap is ingesteld;
c. het verstrekken van de voor de vervulling van de taak van het productschap nodige gegevens;
d. de voor de vervulling van de taak van het productschap nodige inzage van boeken en bescheiden en bezichtiging en opneming van bedrijfsmiddelen en voorraden van ondernemingen.
2 Als aangelegenheden, bedoeld in het voorgaande lid, onder a, worden niet aangemerkt:
a. de vestiging, uitbreiding en stillegging van ondernemingen;
b. de in- en uitvoer.
3 Verordeningen betreffende de in het eerste lid bedoelde onderwerpen hebben niet betrekking op de aanvoer-, transito- en driehoekshandel.
4 Verordeningen betreffende onderwerpen, als bedoeld in het eerste lid, onder c en d, houden waarborgen in tegen misbruik van de ingevolge die verordeningen te verstrekken gegevens.
Eerste hoofdstuk De productschappen voor akkerbouwproducten
Artikel 15
Overtredingen van het bepaalde bij of krachtens een op grond van artikel 93, eerste lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie vastgestelde verordening kunnen bij de verordening worden aangewezen als strafbare feiten.
Eerste hoofdstuk De productschappen voor akkerbouwproducten
Artikel 16
Bij een op grond van artikel 93, eerste lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie vastgestelde verordening kan worden bepaald, dat de bij of krachtens die verordening gestelde regelen mede andere dan de in artikel 102, eerste lid, van genoemde wet bedoelde natuurlijke en rechtspersonen binden, voor zover deze handelingen verrichten, die bedrijfsmatig in de ondernemingen, waarvoor het productschap is ingesteld, plegen te worden verricht.
Eerste hoofdstuk De productschappen voor akkerbouwproducten
Artikel 17
1 Verordeningen, waarbij krachtens artikel 126, eerste lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie een heffing wordt opgelegd tot een in die verordeningen vermeld ander doel dan dekking van de huishoudelijke uitgaven van het productschap, behoeven, in afwijking van het derde lid van dat artikel, de goedkeuring van Onze betrokken Ministers; zij worden terstond na vaststelling ter kennisneming aan de Sociaal-Economische Raad toegezonden.
2 Tot instelling van een fonds in het belang der bedrijfsgenoten wordt besloten bij verordening. Zodanige verordening behoeft de goedkeuring van Onze betrokken Ministers.
3 Onze betrokken Ministers kunnen bepalen, dat besluiten tot uitbetalingen ten laste van een fonds in het belang der bedrijfsgenoten hun goedkeuring behoeven.
Tweede hoofdstuk Het Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten
Artikel 18
1 Er is een Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten.
2 Het hoofdproductschap heeft zijn zetel te 's-Gravenhage.
Tweede hoofdstuk Het Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten
Artikel 19
De wettelijke voorschriften, geldende met betrekking tot de bij het eerste hoofdstuk ingestelde productschappen, zijn, voor zover niet het tegendeel blijkt, mede van toepassing met betrekking tot het hoofdproductschap.
Tweede hoofdstuk Het Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten
Artikel 20
1 Het hoofdproductschap is ingesteld voor de ondernemingen:
a. waarvoor bij het eerste hoofdstuk een productschap is ingesteld;
b. waarin thee, koffie- of cacaobonen of daaruit verkregen producten worden be- of verwerkt tot producten, welke al dan niet na verdere be- of verwerking, tot menselijke consumptie kunnen dienen;
de handel - met uitzondering van de aanvoer, transito- en driehoekshandel - wordt uitgeoefend in thee, koffie- of cacaobonen of daaruit verkregen producten of wijn, welke, al dan niet na verdere be- of verwerking, tot menselijke consumptie kunnen dienen.
2 Als ondernemingen, bedoeld in het eerste lid, onder b, worden mede aangemerkt de veilingen van de daar bedoelde producten.
3 In dit hoofdstuk, met uitzondering van de artikelen 21 en 23, wordt onder handel mede verstaan de werkzaamheid van tussenpersonen.
Tweede hoofdstuk Het Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten
Artikel 21
Het bestuur van het Hoofdproductschap bestaat uit 24 leden. Daarvan worden benoemd:
voor de ondernemingen, waarvoor het hoofdproductschap is ingesteld, op het gebied van | door organisaties van ondernemers | door organisaties van werknemers
op het gebied van de teelt | 4 leden | 4 leden
de be- en verwerkende industrie, voor zover zij niet als kleine ondernemingen kunnen worden aangemerkt | 4 leden | 4 leden
de handel, met uitzondering van de detailhandel, en de werkzaamheid van tussenpersonen | 3 leden | 3 leden
de be- en verwerking, voor zover zij als kleine ondememingen kunnen worden aangemerkt, alsmede de detailhandel | 1 lid | 1 lid
Tweede hoofdstuk Het Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten
Artikel 21a
Het bestuur is bevoegd uit zijn midden voor elk lid van het dagelijks bestuur een plaatsvervanger te benoemen.
Tweede hoofdstuk Het Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten
Artikel 22
1 Het hoofdproductschap heeft organen, commissies genaamd, voor aangelegenheden betreffende:
a. koffie en thee;
b. cacaobonen, cacao en cacaoproducten;
c. wijn;
d. vlas.
2 De leden van de commissies worden benoemd door organisaties van ondernemers en van werknemers, aangewezen door de Sociaal-Economische Raad. Voor aanwijzing komen slechts in aanmerking naar het oordeel van de Raad representatieve organisaties van de betrokken ondernemers en van de betrokken werknemers, welke verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid zijn.
3 De organisaties zijn bevoegd voor elk lid, dat zij benoemen, tevens een plaatsvervanger te benoemen.
4 De Sociaal-Economische Raad bepaalt het aantal leden, dat elke door hem aangewezen organisatie kan benoemen. De voorzitter van het hoofdproductschap is tevens voorzitter van de commissies. De zittingsperiode van de leden van de commissies valt samen met die van de leden van het bestuur van het hoofdproductschap.
Tweede hoofdstuk Het Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten
Artikel 23
1 De commissie voor koffie en thee bestaat uit 17 leden. Daarvan worden benoemd:
voor de ondernemingen op het gebied van | door organisaties van ondernemers | door organisaties van werknemers
de koffiebranderij en de theepakkerij | 4 leden | 3 leden
de invoerhandel in koffie en thee | 3 leden | 2 leden
de werkzaamheid van tussenpersonen in koffie en thee | 1 lid
de binnenlandse groothandel in koffie en thee | l lid | 2 leden
de detailhandel in koffie en thee | 1 lid
2 De commissie voor cacaobonen, cacao en cacaoproducten bestaat uit 16 leden. Daarvan worden benoemd:
voor de ondernemingen op het gebied van | door organisaties van ondernemers | door organisaties van werknemers
de cacaobonen, cacao en cacaoproducten be- en verwerkende industrie | 5 leden
de banketbakkerij | 1 lid | 4 leden
de groothandel in cacaobonen, cacao en cacaoproducten | 1 lid
de werkzaamheid van tussenpersonen in cacaobonen, cacao en cacaoproducten | 1 lid | 1 lid
de groothandel in chocolade en chocoladeproducten | 1 lid
de detailhandel in cacao, chocolade en chocoladeproducten | 1 lid | 1 lid
3 De commissie voor wijn bestaat uit 14 leden. Daarvan worden benoemd:
voor de ondernemingen op het gebied van | door organisaties van ondernemers | door organisaties van werknemers
Het agentuurbedrijf van wijnen | 1 lid
De invoerhandel in wijnen tevens groothandel | 3 leden
De groothandel in wijnen voorzover niet tevens de invoerhandel | 1 lid | 5 leden
De detailhandel in wijnen | 3 leden
Het hotel-, café- en restaurantbedrijf | 1 lid
4 De commissie voor vlas bestaat uit 13 leden. Daarvan worden benoemd:
voor de ondernemingen op het gebied van | door organisaties van ondernemers | door organisaties van werknemers
De teelt van vlas | 3 leden
De be- en verwerking van vlas en de handel in vlas en vlasprodukten | 4 leden | 4 leden
De be- en verwerking van en de handel in (zaai)lijnzaad | 2 leden
Tweede hoofdstuk Het Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten
Artikel 24
1 Aan het hoofdproductschap is overgelaten de regeling of nadere regeling van de navolgende onderwerpen:
a. aangelegenheden, verband houdende met het economisch verkeer tussen verschillende stadia van voortbrenging en afzet - waaronder, indien of voorzover dit door Ons is bepaald, de prijzen begrepen zijn -, waarbij meer dan een der bij het eerste hoofdstuk ingestelde productschappen, dan wel een der bij artikel 22 ingestelde commissies is betrokken;
b. de registratie van de ondernemingen, waarvoor het is ingesteld;
c. het verstrekken van de voor de vervulling van de taak van het hoofdproductschap nodige gegevens;
d. de voor de vervulling van de taak van het hoofdproductschap nodige inzage van boeken en bescheiden en bezichtiging en opneming van bedrijfsmiddelen en voorraden van ondernemingen.
2 Artikel 14, tweede, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Tweede hoofdstuk Het Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten
Artikel 25
De artikelen 15-17 zijn van overeenkomstige toepassing.
Derde hoofdstuk Verhouding tussen het Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten en de productschappen
Artikel 26
1 De organen van een productschap verlenen de bij een verordening van het bestuur van het hoofdproductschap tot uitvoering van die verordening gevorderde medewerking.
2 Met betrekking tot deze medewerking zijn de bepalingen van de Wet op de Bedrijfsorganisatie, geldende met betrekking tot de medewerking, bij een verordening van het bestuur van een productschap tot uitvoering van die verordening gevorderd van de organen van een hoofdbedrijf- of een bedrijfschap, mede van toepassing.
Derde hoofdstuk Verhouding tussen het Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten en de productschappen
Artikel 27
Bepalingen in verordeningen van het bestuur van een productschap, welke in strijd zijn met een verordening van het bestuur van het hoofdproductschap, houden van rechtswege op te gelden op het tijdstip, waarop deze strijdigheid ontstaat.
Derde hoofdstuk Verhouding tussen het Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten en de productschappen
Artikel 28
Het bestuur van een productschap dient het bestuur van het hoofdproductschap desgevraagd van bericht en desgevraagd of uit eigen beweging van raad over alle zaken, het productschap betreffende.
Derde hoofdstuk Verhouding tussen het Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten en de productschappen
Artikel 29
1 Indien een verordening of een ander besluit van een orgaan van een bij het eerste hoofdstuk ingesteld productschap de goedkeuring van Onze betrokken Ministers, dan wel van de Sociaal-Economische Raad behoeft, wordt dat besluit ter goedkeuring ingediend door tussenkomst van het bestuur van het hoofdproductschap. Dit beslist over de doorzending binnen een maand, nadat het besluit is ingekomen.
2 Het bestuur van het hoofdproductschap kan de doorzending weigeren, indien het besluit naar zijn oordeel strijdig is met de wet of de belangen, waarvan de behartiging bij artikel 19 van deze wet in verband met artikel 71 van de Wet op de Bedrijfsorganisatie aan dat lichaam is opgedragen. De doorzending wordt niet geweigerd, dan nadat het orgaan, dat het besluit nam, in de gelegenheid is gesteld van zijn zienswijze te doen blijken.
3 De weigering een besluit door te zenden wordt onder opgave van de bij het bestuur van het hoofdproductschap gerezen bedenkingen onverwijld medegedeeld aan het orgaan, dat het besluit nam. Dit kan binnen een maand na de dagtekening der mededeling bij het gezag, welks goedkeuring het besluit behoeft, voorziening vragen.
4 De voorgaande leden zijn niet van toepassing:
a. ten aanzien van een besluit, genomen ter verlening van van het orgaan van het productschap gevorderde medewerking indien het gezag, dat de medewerking heeft gevorderd, zulks heeft bepaald;
b. ten aanzien van een ander besluit, indien het bestuur van het hoofdproductschap zulks bepaalt.
Derde hoofdstuk Verhouding tussen het Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten en de productschappen
Artikel 30
Het bestuur van het hoofdproductschap stelt een verordening niet vast dan na de besturen van de bij het eerste hoofdstuk ingestelde productschappen en de bij artikel 22 ingestelde commissies, welke naar zijn oordeel daarbij zijn betrokken, in de gelegenheid te hebben gesteld van hun zienswijze te doen blijken.
Vierde hoofdstuk Slotbepalingen
Artikel 31
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld ter uitvoering van deze wet.
Vierde hoofdstuk Slotbepalingen
Artikel 32
Voor de toepassing van deze wet en van de artikelen 94, 100, derde lid, en 104, tweede lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie ten aanzien van de bij het eerste hoofdstuk ingestelde productschappen en het Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten worden als Onze betrokken Ministers aangemerkt Onze Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening en, in bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen, Onze Minister van Economische Zaken.
Vierde hoofdstuk Slotbepalingen
Artikel 33
Deze wet kan worden aangehaald als: Instellingswet Productschappen en Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten.
Vierde hoofdstuk Slotbepalingen
Artikel 34
Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.