wetzoeker

Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie

Wet van 16 september 1954, houdende administratieve rechtspraak bedrijfsorganisatie

Soort
Wet
Geldend vanaf
16-11-2023
Afkortingen
Wbbo
Rechtsgebied
Bestuursprocesrecht, Procesrecht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0002144
Versie
2023-11-16_0
SHA-256 bron
d9844186256ef7b5bb9e8de58e0e13da00c2172bf458bb4841b856c8b9a5ad0f

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (34)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 4a
  6. Artikel 5
  7. Artikel 5a
  8. Artikel 6
  9. Artikel 7
  10. Artikel 8
  11. Artikel 9
  12. Artikel 10
  13. Artikel 11
  14. Artikel 12
  15. Artikel 13
  16. Artikel 14
  17. Artikel 15
  18. Artikel 16
  19. Artikel 17
  20. Artikel 18
  21. Artikel 19
  22. Artikel 20
  23. Artikel 21
  24. Artikel 22
  25. Artikel 23
  26. Artikel 24
  27. Artikel 25
  28. Artikel 26
  29. Artikel 27
  30. Artikel 28
  31. Artikel 29
  32. Artikel 30
  33. Artikel 31
  34. Bijlage — bij de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie

Titel I — Algemene bepaling

Artikel 1

Vervallen

Titel II — Het College van Beroep voor het bedrijfsleven

Artikel 2

Er is een College van Beroep voor het bedrijfsleven, verder te noemen het College, gevestigd te 's-Gravenhage.

Titel II — Het College van Beroep voor het bedrijfsleven

Artikel 3

1 Bij het College zijn werkzaam:

a. leden met rechtspraak belast, en

b. gerechtsambtenaren.

2 De leden met rechtspraak belast, werkzaam bij het College zijn:

a. senior raadsheren;

b. raadsheren;

c. raadsheren-plaatsvervangers.

Titel II — Het College van Beroep voor het bedrijfsleven

Artikel 4

Het bepaalde bij en krachtens de afdelingen 1, 1A, 2 en 6 van hoofdstuk 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie is, met uitzondering van de artikelen 2, 3, 9, 11, 20, tweede lid, 21, 21b, 21c en 23a, van overeenkomstige toepassing op het College, met dien verstande dat:

a. het bestuur bestaat uit drie leden, waaronder de voorzitter, waarbij geldt dat twee leden, waaronder de voorzitter, leden met rechtspraak belast van het College als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a of b, zijn;

b. de voorzitter onderscheidenlijk het andere rechterlijk lid gedurende zijn benoemingsduur als voorzitter onderscheidenlijk ander rechterlijk lid, in plaats van zijn salaris overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens de artikelen 1ab en 7 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen salaris behorende bij de vervulling van de functie van voorzitter onderscheidenlijk ander rechterlijk lid ontvangt;

c. de voorzitter onderscheidenlijk het andere rechterlijk lid na het verstrijken van een benoemingsduur van ten minste zes aaneengesloten jaren, met ingang van de datum waarop hij zijn werkzaamheden als zodanig beëindigt, gedurende drie jaren een toelage ontvangt op het salaris dat hij overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens de artikelen 1ab en 7 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren geniet, waarvan het bedrag gelijk is aan het verschil tussen dat salaris en de bij algemene maatregel van bestuur voor de functie van voorzitter onderscheidenlijk ander rechterlijk lid vast te stellen salarishoogte;

d. bij algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld over het salaris van de leden van het bestuur en de onkostenvergoeding van de voorzitter en het andere rechterlijk lid;

e. de griffie alle werkdagen gedurende ten minste zes uren per dag is geopend;

f. de voorzitter en het andere rechterlijk lid tevens staatsraad of staatsraad in buitengewone dienst kunnen zijn;

g. de voorzitter en het andere rechterlijk lid van het bestuur niet tevens lid kunnen zijn van het bestuur van een rechtbank, het bestuur van een gerechtshof of het bestuur van de Centrale Raad van Beroep, behoudens het geval van tijdelijke waarneming, en het niet-rechterlijk lid van het bestuur, naast het geval van tijdelijke waarneming, slechts in bijzondere gevallen tevens lid kan zijn van het bestuur van één rechtbank, het bestuur van één gerechtshof of het bestuur van de Centrale Raad van Beroep.

Titel II — Het College van Beroep voor het bedrijfsleven

Artikel 4a

Het College vormt en bezet op voorstel van de president grote kamers. Deze bestaan uit vijf leden, van wie een als voorzitter optreedt.

Titel II — Het College van Beroep voor het bedrijfsleven

Artikel 5

1 Op de leden met rechtspraak belast is de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, voor zover betrekking hebbend op rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast, met uitzondering van de artikelen 5a, 5b, 5c, vierde tot en met zesde lid, en 5g, tweede lid, onderdeel a, en vierde lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:

a. het bestuur wordt aangemerkt als hun functionele autoriteit;

b. zij met betrekking tot hun benoeming en salaris worden gelijkgesteld met degenen die hetzelfde ambt vervullen bij een gerechtshof;

c. het bestuur de lijst van aanbeveling opmaakt bij het openvallen van een plaats van senior raadsheer, raadsheer of raadsheer-plaatsvervanger en de Raad voor de rechtspraak deze lijst telkens, onder medezending van een advies hierover, aan Onze Minister van Veiligheid en Justitie doorzendt met het oog op een voordracht voor benoeming overeenkomstig artikel 2, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren;

d. het bestuur de werkzaamheden van de leden met rechtspraak belast verdeelt; en

e. het lid met rechtspraak belast, dat tevens president is van het College, ten aanzien van hen bevoegd is tot het opleggen van de disciplinaire maatregel van schriftelijke berisping, het verrichten van de beoordeling, bedoeld in artikel 44, zesde lid, en het doen van een verzoek aan de procureur-generaal bij de Hoge Raad, bedoeld in artikel 46o, tweede lid.

2 Op de senior-gerechtsauditeurs en gerechtsauditeurs is de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, voor zover betrekking hebbend op senior-gerechtsauditeurs en gerechtsauditeurs, met uitzondering van artikel 5b, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:

a. het bestuur wordt aangemerkt als hun functionele autoriteit;

b. het bestuur de werkzaamheden van de senior-gerechtsauditeurs en gerechtsauditeurs verdeelt; en

c. door vernummering vervallen.

3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de overeenkomstige toepassing van het krachtens de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren bepaalde ten aanzien van de in het eerste en tweede lid genoemde leden met rechtspraak belast, senior-gerechtsauditeurs en gerechtsauditeurs.

Titel II — Het College van Beroep voor het bedrijfsleven

Artikel 5a

De leden met rechtspraak belast worden voor de overeenkomstige toepassing van artikel 54a van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren gelijkgesteld met een rechterlijk ambtenaar als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 2° en 3°, van de Wet op de rechterlijke organisatie.

Titel II — Het College van Beroep voor het bedrijfsleven

Artikel 6

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de werkwijze van het College.

Titel II — Het College van Beroep voor het bedrijfsleven

Artikel 7

De rechtbanken en de presidenten geven inlichtingen wanneer die door de president van het College voor de behandeling van een zaak noodzakelijk worden geacht.

Titel II — Het College van Beroep voor het bedrijfsleven

Artikel 8

Vervallen

Titel II — Het College van Beroep voor het bedrijfsleven

Artikel 9

Vervallen

Titel II — Het College van Beroep voor het bedrijfsleven

Artikel 10

Vervallen

Titel II — Het College van Beroep voor het bedrijfsleven

Artikel 11

Vervallen

Titel II — Het College van Beroep voor het bedrijfsleven

Artikel 12

Vervallen

Titel II — Het College van Beroep voor het bedrijfsleven

Artikel 13

Vervallen

Titel II — Het College van Beroep voor het bedrijfsleven

Artikel 14

Vervallen

Titel II — Het College van Beroep voor het bedrijfsleven

Artikel 15

Vervallen

Titel II — Het College van Beroep voor het bedrijfsleven

Artikel 16

Vervallen

Titel II — Het College van Beroep voor het bedrijfsleven

Artikel 17

Vervallen

TITEL III — BEROEP EN HOGER BEROEP BIJ HET COLLEGE › HOOFDSTUK I — BEROEP

Artikel 18

Vervallen

TITEL III — BEROEP EN HOGER BEROEP BIJ HET COLLEGE › HOOFDSTUK I — BEROEP

Artikel 19

Vervallen

TITEL III — BEROEP EN HOGER BEROEP BIJ HET COLLEGE › HOOFDSTUK II — HOGER BEROEP

Artikel 20

Vervallen

TITEL III — BEROEP EN HOGER BEROEP BIJ HET COLLEGE › HOOFDSTUK II — HOGER BEROEP

Artikel 21

Vervallen

TITEL III — BEROEP EN HOGER BEROEP BIJ HET COLLEGE › HOOFDSTUK II — HOGER BEROEP

Artikel 22

Vervallen

TITEL III — BEROEP EN HOGER BEROEP BIJ HET COLLEGE › HOOFDSTUK II — HOGER BEROEP

Artikel 23

Vervallen

TITEL III — BEROEP EN HOGER BEROEP BIJ HET COLLEGE › HOOFDSTUK II — HOGER BEROEP

Artikel 24

Vervallen

TITEL III — BEROEP EN HOGER BEROEP BIJ HET COLLEGE › HOOFDSTUK II — HOGER BEROEP

Artikel 25

Vervallen

TITEL III — BEROEP EN HOGER BEROEP BIJ HET COLLEGE › HOOFDSTUK II — HOGER BEROEP

Artikel 26

Vervallen

TITEL III — BEROEP EN HOGER BEROEP BIJ HET COLLEGE › HOOFDSTUK II — HOGER BEROEP

Artikel 27

Vervallen

TITEL III — BEROEP EN HOGER BEROEP BIJ HET COLLEGE › HOOFDSTUK II — HOGER BEROEP

Artikel 28

Vervallen

TITEL III — BEROEP EN HOGER BEROEP BIJ HET COLLEGE › HOOFDSTUK II — HOGER BEROEP

Artikel 29

Vervallen

TITEL III — BEROEP EN HOGER BEROEP BIJ HET COLLEGE › HOOFDSTUK II — HOGER BEROEP

Artikel 30

Vervallen

Titel IV — Citeertitel

Artikel 31

Deze wet wordt aangehaald als: Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie.

Bijlage — bij de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie

Bijlage — bij de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie

Vervallen