wetzoeker

Artikel 46n Advocatenwet

Van de tuchtrechtspraak

1 De voorzitter van de raad van discipline kan de vooronderzoeker opdragen te onderzoeken of de klacht minnelijk kan worden geschikt. Voorts kan de voorzitter tot het moment waarop de raad uitspraak doet onderzoeken of de klacht minnelijk kan worden geschikt.

2 Indien een minnelijke schikking van de klacht mogelijk blijkt, wordt deze op schrift gesteld en ondertekend door de klager en de betrokken advocaat. Een afschrift daarvan wordt gezonden aan de griffier van de raad, alsmede aan de deken en het college van toezicht.

3 Met het ondertekenen van de minnelijke schikking wordt de klacht geacht te zijn ingetrokken. Artikel 47a, tweede, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Regeling
Advocatenwet
Afkortingen
Advw
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0002093
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl