wetzoeker

Artikel 46j Advocatenwet

Van de tuchtrechtspraak

1 Tot aan de behandeling van de klacht ter zitting kan de voorzitter van de raad van discipline besluiten dat:

a. de raad kennelijk onbevoegd is;

b. de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is;

c. de klacht kennelijk ongegrond is; of

d. de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is.

2 De beslissing als bedoeld in het eerste lid wordt met redenen omkleed. Daarbij wordt gewezen op het bepaalde in het vierde lid.

3 Van de beslissing zendt de griffier van de raad onverwijld een afschrift aan de in het artikel 46i, eerste lid, tweede volzin, bedoelde personen en instanties.

4 Artikel 46h is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de beslissing in het eerste lid.

Regeling
Advocatenwet
Afkortingen
Advw
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0002093
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl