wetzoeker

Artikel 3d Garantiewet Militairen K.N.I.L.

1 De uitkeringen, waartoe het Rijk uit hoofde van of krachtens deze wet gehouden is, worden, voor zover niet op andere wijze bij de wet geregeld en behoudens het bepaalde in het derde lid, vastgesteld en toegekend door Onze Minister en naar boven afgerond tot het naastbijliggende veelvoud van één euro of één rupiah.

2 Met inachtneming van het in artikel 3a bepaalde, zijn op de voet van de op 26 December 1949 van kracht zijnde regelingen over de in het eerste lid bedoelde uitkeringen bijdragen verschuldigd voor weduwenpensioenen en wezenonderstanden, indien de tot de uitkering gerechtigde voor zijn weduwe en wezen daarop recht heeft.

3 De periodieke uitkeringen aan buiten het grondgebied van de Republiek Indonesië gevestigde weduwen en wezen, uit hoofde van of krachtens de in artikel 2, tweede lid, van deze wet gegeven garantie, worden met inachtneming voor zover nodig van de door Onze Minister te geven aanwijzingen toegekend door de Raad van Beheer van de Pensioenstichting ten laste van die stichting.

Regeling
Garantiewet Militairen K.N.I.L.
Soort
Wet
Geldend vanaf
23-02-2011
BWB-id
BWBR0002077
Versie
2011-02-23_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl