wetzoeker

Artikel 4 Besluit tot uitvoering van het vijfde hoofdstuk der Wet buitengewoon pensioen 1940-1945

Bij een aanvrage om in het genot te worden gesteld van pensioen als bedoeld in artikel 14, eerste en tweede lid, der wet (de weduwe onderscheidenlijk de gewezen echtgenote van een deelnemer) dan wel artikel 14, vierde lid, der wet (de weduwnaar of de gewezen echtgenoot van de vrouwelijke deelnemer) worden bovendien overgelegd:

1. een extract uit het register van huwelijken en echtscheidingen afgegeven nà het overlijden van de deelnemer, door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente, waar het huwelijk voltrokken is of is ingeschreven;

2. een extract uit het overlijdensregister betreffende de deelnemer;

3. een extract uit het geboortenregister betreffende degene die aanspraak maakt op pensioen;

4. een opgave van de inkomsten uit arbeid of bedrijf en/of uit vermogen van degene, die aanspraak op toekenning van pensioen meent te kunnen doen gelden, geschat per jaar naar de toestand op het tijdstip van indiening van de aanvrage.

Regeling
Besluit tot uitvoering van het vijfde hoofdstuk der Wet buitengewoon pensioen 1940-1945
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-01-2011
BWB-id
BWBR0002071
Versie
2011-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl