wetzoeker

Artikel 36 Wet op de economische delicten

Van de afdoening buiten geding

1 Bij toepassing van artikel 257a van het Wetboek van Strafvordering kan tevens de aanwijzing worden gegeven dat wordt verricht hetgeen wederrechtelijk is nagelaten, tenietgedaan hetgeen wederrechtelijk is verricht en dat prestaties tot het goedmaken van een en ander worden verricht, alles op kosten van de verdachte, voor zover niet anders wordt bepaald.

2 Indien de verdachte een rechtspersoon is, behoeft deze, in afwijking van artikel 257c, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, slechts onder bijstand van een raadsman te worden gehoord als de strafbeschikking betalingsverplichtingen uit hoofde van geldboete en schadevergoedingsmaatregel bevat welke afzonderlijk of gezamenlijk meer belopen dan € 10 000.

Regeling
Wet op de economische delicten
Afkortingen
WED
Soort
Wet
Geldend vanaf
22-09-2026
BWB-id
BWBR0002063
Versie
2026-09-22_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl