wetzoeker

Artikel 21 Wet op de economische delicten

Van de opsporing

1 De opsporingsambtenaren zijn bevoegd in het belang van de opsporing zaken te onderzoeken, aan opneming te onderwerpen en daarvan monsters te nemen, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is.

2 Zij zijn bevoegd daartoe verpakkingen te openen.

3 Zij nemen op verzoek van de belanghebbende indien mogelijk een tweede monster, tenzij bij of krachtens wettelijk voorschrift anders is bepaald.

4 Indien het onderzoek, de opneming of de monsterneming niet ter plaatse kan geschieden, zijn zij bevoegd de zaken voor dat doel voor korte tijd mee te nemen tegen een door hen af te geven schriftelijk bewijs.

5 De genomen monsters worden voor zover mogelijk teruggegeven.

6 De belanghebbende wordt op zijn verzoek zo spoedig mogelijk in kennis gesteld van de resultaten van het onderzoek, de opneming of de monsterneming.

Regeling
Wet op de economische delicten
Afkortingen
WED
Soort
Wet
Geldend vanaf
22-09-2026
BWB-id
BWBR0002063
Versie
2026-09-22_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl