wetzoeker

Uitvoeringsbesluit ex artikel 47 Wet op de Rijksverzekeringsbank en de Raden van Arbeid

Besluit van 30 mei 1949, tot intrekking van het Koninklijk besluit van 13 Juli 1934, Staatsblad No. 368 (Arbeidsovereenkomstenbesluit Raden van Arbeid) en vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 47 der Wet op de Rijksverzekeringsbank en de Raden van Arbeid, Staatsblad 1933, No. 598, ter vervanging van het Koninklijk besluit van 2 Januari 1925, Staatsblad No. 1, tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 50, eerste lid, der Radenwet

Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-07-1949
Rechtsgebied
Ambtenarenrecht, Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Ministerie
Sociale Zaken en Werkgelegenheid
BWB-id
BWBR0002047
Versie
1949-07-01_0
SHA-256 bron
402ec62eaeb94cbed9e1ba5327bcdee1353d0b7fce013f18754924f849efd108

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (4)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4

Artikel 1

1 Het Koninklijk besluit van 13 Juli 1934, Staatsblad No. 368, tot vaststelling van bepalingen betreffende indienstneming door de Raden van Arbeid van personeel op arbeidsovereenkomst (Arbeidsovereenkomstenbesluit Raden van Arbeid) wordt ingetrokken.

2 In verband met het bepaalde in het eerste lid vervallen de besluiten van de Secretaris-Generaal van het Departement van Sociale Zaken van 8 September 1943 (Nederlandse Staatscourant 1943, No. 206) en van 17 Juni 1944 (Nederlandse Staatscourant 1944, No. 166).

Artikel 2

Het Koninklijk besluit van 2 Januari 1925, Staatsblad No. 1, tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur, als bedoeld in artikel 50, eerste lid, der Radenwet, wordt ingetrokken.

Artikel 3

Een regeling, door de Raad van Arbeid ingevolge artikel 47, eerste lid, der Wet op de Rijksverzekeringsbank en de Raden van Arbeid, Staatsblad 1933, No. 598, vastgesteld, mag voor het personeel van die Raad niet gunstiger zijn dan de dienovereenkomstige regeling, geldende voor het personeel, werkzaam bij of onder het Departement van Algemeen Bestuur, welks hoofd met de uitvoering van die wet is belast.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking op 1 Juli 1949.