wetzoeker

Artikel 19 Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers

Van de berekening van het buitengewoon pensioen

1 De buitengewone pensioenen, toegekend aan de personen, bedoeld in artikel 17, b, h en j, zullen tezamen niet meer mogen bedragen dan tachtig procent van de eerste € 2268,90 en veertig procent van het overige bedrag van de pensioengrondslag.

2 Indien de buitengewone pensioenen van de personen, bedoeld in artikel 17, b, h en j, tezamen meer zouden bedragen dan het in het eerste lid voor hen gestelde maximum, zal elk buitengewoon pensioen een evenredige vermindering ondergaan.

3 In geval het bepaalde bij het tweede lid is toegepast en in het aantal op buitengewoon pensioen recht hebbende kinderen wijziging komt, zal de toegepaste evenredige vermindering worden herzien en wel met ingang van de maand volgende op die, waarin de wijziging is ingetreden.

4 Indien het recht op buitengewoon pensioen van een der nagelaten betrekkingen, bedoeld in artikel 17, teniet gaat of krachtens artikel 14, tweede lid, later ingaat, alsmede indien het recht op buitengewoon pensioen krachtens artikel 25 eindigt dan wel opnieuw ingaat, vindt een herziening op grond van het bepaalde in artikel 18 en de voorgaande leden van dit artikel alleen plaats ten aanzien van de buitengewone pensioenen van de overige rechthebbenden bedoeld in artikel 17, a, b, c, h, i en j.

Regeling
Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2025
BWB-id
BWBR0002035
Versie
2025-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl