wetzoeker

Artikel 18a Wet buitengewoon pensioen 1940-1945

Van de berekening van het buitengewoon pensioen

1 Het buitengewoon pensioen van de weduwe, wier echtgenoot over een periode van ten minste drie maanden, voorafgaande aan zijn overlijden in het genot was gesteld van een blijvend buitengewoon pensioen uit hoofde van een invaliditeit van ten minste negentig procent wordt gedurende het eerste jaar na het overlijden van de echtgenoot verhoogd met twintig procent van de pensioengrondslag en gedurende het tweede jaar na het overlijden met tien procent van die grondslag, voor zover het verhoogde buitengewoon weduwen-pensioen daardoor gedurende het eerste jaar niet meer dan vijfentachtig procent van de minimum-pensioengrondslag bedraagt en gedurende het tweede jaar niet meer dan vijfenzeventig procent van die grondslag.

2 De verhoging, bedoeld in het eerste lid, wordt voor de toepassing van artikel 18 buiten beschouwing gelaten.

Regeling
Wet buitengewoon pensioen 1940-1945
Afkortingen
WBP
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2025
BWB-id
BWBR0002032
Versie
2025-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl