wetzoeker

Artikel 11 Wet buitengewoon pensioen 1940-1945

Van het pensioenbedrag

Het buitengewoon pensioen wordt éénmaal met veertig procent van de pensioengrondslag vermeerderd, wanneer ten gevolge van de verwonding, verminking, ziekten of gebreken, in artikel 4 bedoeld:

a. twee of meer ledematen (handen of voeten) zijn verloren gegaan of voorgoed geheel onbruikbaar zijn geworden, dan wel een toestand is ontstaan, welke met een zodanig verlies of een zodanige onbruikbaarheid is gelijk te stellen;

b. het gezichtsvermogen voorgoed geheel verloren is gegaan of een toestand is ontstaan, welke met blindheid is gelijk te stellen;

c. onherstelbare krankzinnigheid is ontstaan, of een toestand welke daarmee is gelijk te stellen; of

d. een blijvend buitengewoon pensioen is verleend uit hoofde van een invaliditeit van 100 procent.

Regeling
Wet buitengewoon pensioen 1940-1945
Afkortingen
WBP
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2025
BWB-id
BWBR0002032
Versie
2025-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl