wetzoeker

Artikel 1 Wet buitengewoon pensioen 1940-1945

Algemene bepalingen

1 In deze wet wordt verstaan onder:

"Onze Minister": Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

"de Raad": de Pensioen- en Uitkeringsraad, bedoeld in artikel 3 van de Wet uitvoering wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen;

de Sociale verzekeringsbank: de Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

"deelnemers aan het verzet": zij, die tijdens de vijandelijke bezetting van het Rijk in Europa door daad of houding hebben deelgenomen aan het binnenlands verzet, met inbegrip van hen, die deel uitmaakten van de Binnenlandse Strijdkrachten en daadwerkelijk hebben deelgenomen aan de strijd tegen de vijandelijke bezettende macht van het Rijk in Europa;

"gewezen echtgenote": de vrouw, bedoeld in artikel 14, tweede lid;

"peiljaar": het jaar vastgesteld ingevolge artikel 8, tweede en derde lid, en artikel 41a, eerste lid;

"minimum-pensioengrondslag": de pensioengrondslag, bedoeld in artikel 8, zevende lid, aanhef.

2 Bij algemene maatregel van bestuur worden categorieën van personen aangewezen op wie deze wet van overeenkomstige toepassing zal zijn.

Regeling
Wet buitengewoon pensioen 1940-1945
Afkortingen
WBP
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2025
BWB-id
BWBR0002032
Versie
2025-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl