Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945
Besluit van 5 oktober 1945, houdende vaststelling van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945
- Soort
- KB
- Geldend vanaf
- 01-01-2020
- Afkortingen
- BBA
- Rechtsgebied
- Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- BWB-id
- BWBR0002014
- Versie
- 2020-01-01_0
- SHA-256 bron
- 7e1588bdc41cb30b155f9e1aa3dd441b66795dad0974a99bb9a504867c2d2fa3
Inhoud (33)
- Artikel 1
- Artikel 2
- Artikel 3
- Artikel 4
- Artikel 5
- Artikel 6
- Artikel 7
- Artikel 8
- Artikel 9
- Artikel 10
- Artikel 11
- Artikel 12
- Artikel 13
- Artikel 14
- Artikel 15
- Artikel 16
- Artikel 17
- Artikel 18
- Artikel 19
- Artikel 20
- Artikel 21
- Artikel 22
- Artikel 23
- Artikel 24
- Artikel 25
- Artikel 26
- Artikel 27
- Artikel 28
- Artikel 29
- Artikel 30
- Artikel 31
- Artikel 32
- Artikel 33
Eerste titel — Algemene Bepalingen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. werknemer:
1°. de werknemer, bedoeld in artikel 610, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
2°. degene, die persoonlijk arbeid verricht voor een ander, tenzij hij dergelijke arbeid in de regel voor meer dan twee anderen verricht of hij zich door meer dan twee andere personen, niet zijnde zijn echtgenoot of geregistreerde partner of bij hem inwonende bloedverwanten of aanverwanten of pleegkinderen, laat bijstaan of deze arbeid voor hem slechts een bijkomstige werkzaamheid is;
c. werkgever:
1°. de werkgever, bedoeld in artikel 610, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
2°. de natuurlijke of rechtspersoon, voor wie de onder b sub 2°. genoemde arbeid wordt verricht;
d. arbeidsverhouding: de rechtsbetrekking tussen werkgever en werknemer;
e. loon: de vergoeding van de werkgever aan de werknemer ter zake van de arbeid;
f. dringende reden voor de werkgever: daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, welke ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijze niet kan worden gevergd de arbeidsverhouding te laten voortduren;
g. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
Eerste titel — Algemene Bepalingen
Artikel 2
1 Dit besluit is niet van toepassing op de arbeidsverhouding van:
a. onderwijzend en docerend personeel, werkzaam aan onderwijsinrichtingen, staande onder beheer van een natuurlijk of rechtspersoon die niet is een overheidswerkgever als bedoeld in artikel 2 van de Ambtenarenwet 2017;
b. personen, die een geestelijk ambt bekleden;
c. de werknemer die doorgaans op minder dan vier dagen per week uitsluitend of nagenoeg uitsluitend diensten verricht ten behoeve van het huishouden van de natuurlijke persoon tot wie hij in dienstbetrekking staat;
2 Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, wordt onder het verrichten van diensten ten behoeve van een huishouden mede verstaan het verlenen van zorg aan de leden van dat huishouden.
3 Onze Minister kan voorts bepalen, dat dit besluit of sommige artikelen van dit besluit niet van toepassing zijn op de arbeidsverhouding van door hem aangewezen werknemers of groepen van werknemers.
Eerste titel — Algemene Bepalingen
Artikel 3
Vervallen
Tweede titel — Van het aangaan en het beëindigen der arbeidsverhouding en daarmede verband houdende onderwerpen
Artikel 4
Vervallen
Tweede titel — Van het aangaan en het beëindigen der arbeidsverhouding en daarmede verband houdende onderwerpen
Artikel 5
Vervallen
Tweede titel — Van het aangaan en het beëindigen der arbeidsverhouding en daarmede verband houdende onderwerpen
Artikel 6
Vervallen
Tweede titel — Van het aangaan en het beëindigen der arbeidsverhouding en daarmede verband houdende onderwerpen
Artikel 7
Vervallen
Tweede titel — Van het aangaan en het beëindigen der arbeidsverhouding en daarmede verband houdende onderwerpen
Artikel 8
1 Het is de werkgever verboden de werktijd van de werknemer op minder dan 48 uur per week te stellen of gesteld te houden.
2 Het bepaalde in het vorige lid geldt niet:
a. ten aanzien van die werknemers, voor wier werkzaamheden de normale werktijd vóór 10 mei 1940 op een geringer aantal uren per week placht te zijn vastgesteld, zoals voor steenhouwers, kantoorbedienden, avondboekhouders, schoonmaaksters, stokers van centrale verwarmingen en dergelijke personen, mits hun loon als gevolg der werktijdverkorting niet daalt beneden het gebruikelijke bedrag;
b. ten aanzien van die werknemers, wier week- of maandloon op een vast bedrag is vastgesteld en niet daaronder daalt bij de werktijdverkorting;
c. voor de tijd, gedurende welke een door Onze Minister goedgekeurde wachtgeldregeling, als bedoeld in artikel 10, van kracht is, ten aanzien van de onder die wachtgeldregeling vallende werknemers.
3 Van het bepaalde in het eerste lid kan voorts door of vanwege Onze Minister voor bepaalde werknemers of groepen van werknemers voorwaardelijk of onvoorwaardelijk ontheffing worden verleend.
Tweede titel — Van het aangaan en het beëindigen der arbeidsverhouding en daarmede verband houdende onderwerpen
Artikel 9
Vervallen
Tweede titel — Van het aangaan en het beëindigen der arbeidsverhouding en daarmede verband houdende onderwerpen
Artikel 10
Vervallen
Derde titel — Van de lonen en andere arbeidsvoorwaarden
Artikel 11
Vervallen
Derde titel — Van de lonen en andere arbeidsvoorwaarden
Artikel 12
Vervallen
Derde titel — Van de lonen en andere arbeidsvoorwaarden
Artikel 13
Vervallen
Derde titel — Van de lonen en andere arbeidsvoorwaarden
Artikel 14
Vervallen
Derde titel — Van de lonen en andere arbeidsvoorwaarden
Artikel 15
Vervallen
Derde titel — Van de lonen en andere arbeidsvoorwaarden
Artikel 16
Vervallen
Derde titel — Van de lonen en andere arbeidsvoorwaarden
Artikel 17
Vervallen
Derde titel — Van de lonen en andere arbeidsvoorwaarden
Artikel 18
Vervallen
Derde titel — Van de lonen en andere arbeidsvoorwaarden
Artikel 19
Vervallen
Derde titel — Van de lonen en andere arbeidsvoorwaarden
Artikel 20
Vervallen
Vierde titel — Strafbepalingen
Artikel 21
Vervallen
Vierde titel — Strafbepalingen
Artikel 22
Vervallen
Vierde titel — Strafbepalingen
Artikel 23
Vervallen
Vierde titel — Strafbepalingen
Artikel 24
Vervallen
Vierde titel — Strafbepalingen
Artikel 25
Vervallen
Vierde titel — Strafbepalingen
Artikel 26
Vervallen
Vierde titel — Strafbepalingen
Artikel 27
Vervallen
Vierde titel — Strafbepalingen
Artikel 28
Vervallen
Vierde titel — Strafbepalingen
Artikel 29
Vervallen
Vijfde titel — Slotbepalingen
Artikel 30
Vervallen
Vijfde titel — Slotbepalingen
Artikel 31
Vervallen
Vijfde titel — Slotbepalingen
Artikel 32
Vervallen
Vijfde titel — Slotbepalingen
Artikel 33
Vervallen