wetzoeker

Artikel 10 Reglement op de Militaire Willems-Orde

1 De militairen, die getuigen waren van de vermeende uitstekende daad, zijn op vordering van hun chef verplicht schriftelijk een beschrijving te geven van hetgeen zij hebben gezien. Dit stuk wordt, als de getuige officier is, door dezen onderteekend, nadat hij daarop een verklaring heeft gesteld, dat het naar waarheid is opgemaakt. Het wordt vervolgens door den chef voor gezien geteekend.

2 Heeft de getuige niet den rang van officier, dan wordt het stuk door den chef in handen gesteld van twee door hem aan te wijzen officieren, die den getuige het geschrevene voorlezen en hem daarbij wijzen op eventueel in de verklaring voorkomende onduidelijkheden, welke door den getuige, zoo hij dit verlangt, worden verbeterd. Bevat het stuk daarna alles wat de getuige geheel naar waarheid kan verklaren, dan wordt dit in zijn tegenwoordigheid door de officieren op het stuk vermeld, waarna het door den getuige met zijn handteekening wordt bekrachtigd. De twee officieren stellen en onderteekenen op het stuk de verklaring, dat de getuige in hun tegenwoordigheid zijn handteekening heeft geplaatst, na hun desgevraagd te hebben verzekerd, dat hij in het door hem opgestelde stuk zoo volledig mogelijk en naar waarheid heeft getuigd.

Regeling
Reglement op de Militaire Willems-Orde
Soort
Rijks-KB
Geldend vanaf
01-01-1997
BWB-id
BWBR0002003
Versie
1997-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl