wetzoeker

Distributiewet

Wet van 24 juni 1939, houdende regelen teneinde in geval van oorlog, oorlogsgevaar of andere buitengewone omstandigheden een doelmatige distributie van goederen in het belang van volkshuishouding, landsverdediging en veiligheid van niet-militaire personen of lichamen mogelijk te maken

Soort
Wet
Geldend vanaf
17-07-2020
Rechtsgebied
Militair recht, Staats- en bestuursrecht
Ministerie
Economische Zaken
BWB-id
BWBR0001997
Versie
2020-07-17_0
SHA-256 bron
215e0fdf69afc78db7b58f20dfc8fa365c75a9a49220ee6da7e53bbc32da6a2c

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (26)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Artikel 10a
  12. Artikel 10b
  13. Artikel 10c
  14. Artikel 11
  15. Artikel 12
  16. Artikel 13
  17. Artikel 14
  18. Artikel 15
  19. Artikel 16
  20. Artikel 17
  21. Artikel 18
  22. Artikel 22a
  23. Artikel 22b
  24. Artikel 22c
  25. Artikel 23
  26. Artikel 24

§ 1 — Algemeene bepalingen

Artikel 1

1 Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder «Onze Minister»: Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat, dan wel, voor zover het betreft de toepassing van de artikelen 3 tot en met 8, 15, tweede en vierde lid, 17 en 18, eerste lid, met betrekking tot de voedselvoorziening, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

2 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt mede verstaan onder goederen: elektriciteit.

§ 1 — Algemeene bepalingen

Artikel 2

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

§ 1 — Algemeene bepalingen

Artikel 3

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

§ 1 — Algemeene bepalingen

Artikel 4

Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.

De soorten van goederen, welke worden beschouwd als distributiegoederen in den zin dezer wet, worden door Onzen Minister aangewezen. Ten aanzien van deze soorten van goederen stelt hij een distributieregeling vast, waarbij aan de voorziening in de behoefte van de landsverdediging voorrang verleend wordt.

§ 1 — Algemeene bepalingen

Artikel 5

Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.

1 Onze Minister kan bepalen, dat distributiegoederen niet mogen worden gekocht, verkocht, te koop aangeboden, afgeleverd, of voorhanden of in voorraad gehouden dan met inachtneming van de door hem vastgestelde distributieregeling.

2 Hij kan daarbij bepalen, dat de in lid 1 genoemde handelingen niet zullen mogen geschieden zonder schriftelijke vergunning, door of namens hem verleend; aan deze vergunning kunnen voorwaarden worden verbonden. In spoedeischende gevallen kan zij ook anders dan schriftelijk worden verleend.

§ 1 — Algemeene bepalingen

Artikel 6

Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.

1 Onze Minister is bevoegd, regelen te stellen met betrekking tot het gebruik, het verbruik, de bewerking of de verwerking van distributiegoederen.

2 Hij kan daarbij het gebruik, het verbruik, de bewerking of de verwerking dier goederen tot bepaalde doeleinden verbieden, dan wel uitsluitend tot bepaalde doeleinden, al dan niet voorwaardelijk, toestaan.

§ 1 — Algemeene bepalingen

Artikel 7

Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.

1 Onze Minister kan regelen stellen met betrekking tot het vervoer van distributiegoederen.

2 Hij kan dat vervoer in door hem aan te wijzen gebieden geheel of gedeeltelijk verbieden, of niet dan voorwaardelijk toestaan.

§ 1 — Algemeene bepalingen

Artikel 8

Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.

1 Onze Minister kan, hetzij voor het Rijk in Europa, hetzij voor door hem aan te wijzen gedeelten daarvan, bepalen, dat ieder, die distributiegoederen voorhanden of in voorraad heeft, verplicht is, van aard, hoeveelheid en plaats dier goederen opgave te doen, hetzij aan den Minister, hetzij aan de door dezen aangewezen instanties of personen.

2 De opgave geschiedt op tijdstippen, te bepalen door Onzen Minister en overeenkomstig regelen door hem te stellen.

3 De in lid 1 bedoelde verplichting kan door of namens den Minister ook aan bepaalde personen of lichamen worden opgelegd.

§ 1 — Algemeene bepalingen

Artikel 9

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

§ 1 — Algemeene bepalingen

Artikel 10

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

§ 1a — Prestatieplicht

Artikel 10a

Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.

1 In buitengewone omstandigheden kan Onze Minister soorten van goederen als distributiegoederen aanwijzen. Ten aanzien van deze soorten van goederen geeft hij, in afwijking van artikel 4, aan een onderneming of een vrije-beroepsbeoefenaar een aanwijzing die deze ertoe verplicht om binnen een bij de aanwijzing gestelde termijn een daarbij aangegeven hoeveelheid distributiegoederen te winnen, te vervaardigen, te bewerken, te verwerken, of te herstellen, alsmede te leveren aan de staat, dan wel aan een andere rechtspersoon of natuurlijke persoon.

2 In buitengewone omstandigheden kan Onze Minister aan een onderneming of een vrije-beroepsbeoefenaar een aanwijzing geven die deze ertoe verplicht om binnen een daarbij aan te geven termijn ten behoeve van de staat of een daarbij aan te geven andere rechtspersoon of natuurlijke persoon andere handelingen te verrichten dan die bedoeld in het eerste lid. In de aanwijzing worden de opgedragen handelingen zo nauwkeurig mogelijk omschreven.

3 De aanwijzing wordt zo mogelijk schriftelijk gegeven. Een op een andere wijze gegeven aanwijzing wordt zo spoedig mogelijk door een schriftelijke aanwijzing gevolgd.

4 Met betrekking tot het in het eerste lid bedoelde winnen, vervaardigen, bewerken, verwerken, herstellen en leveren van distributiegoederen en de in het tweede lid bedoelde andere handelingen gelden tussen de onderneming of vrijeberoepsbeoefenaar en degene aan wie de distributiegoederen worden geleverd of ten behoeve van wie de andere handelingen worden verricht de voor soortgelijke handelingen rechtens geldende dan wel gebruikelijke tarieven en voorwaarden. Onze Minister kan bij ministeriële regeling nadere regels stellen ter aanvulling of ter vervanging van de rechtens geldende dan wel gebruikelijke tarieven en voorwaarden.

5 Onze Minister kan aan de onderneming of vrijeberoepsbeoefenaar aan wie een aanwijzing is gegeven krachtens het tweede lid, een naar billijkheid te bepalen vergoeding toekennen ter zake van buitengewone kosten door betrokkene gemaakt vanwege de naleving van de aanwijzing.

6 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen op voordracht van Onze Minister regels worden gesteld ter zake van de toepassing van het vijfde lid.

§ 1a — Prestatieplicht

Artikel 10b

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

§ 1a — Prestatieplicht

Artikel 10c

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

§ 2 — Van de distributiekringen

Artikel 11

1 Voor de toepassing van deze wet wordt het Rijk verdeeld in distributiekringen.

2 Elke gemeente vormt een kring.

3 Wij kunnen bepalen:

a. dat twee of meer gemeenten tezamen één kring zullen vormen;

b. dat, met inachtneming van door Onzen Minister te bepalen grenzen, een gemeente in twee of meer kringen zal worden verdeeld.

§ 2 — Van de distributiekringen

Artikel 12

1 In elken kring is een distributiedienst.

2 De burgemeester is het hoofd van den dienst en als zoodanig met de leiding daarvan belast. Hij kan, onder goedkeuring van Onzen Minister, een ander aanwijzen, die namens hem met de dagelijksche leiding van den dienst is belast. Hij stelt voor dezen een instructie vast.

3 De burgemeester draagt er zorg voor, dat zodanige voorbereidingen getroffen worden, dat in geval van inwerkingtreding van een of meer van de in artikel 24, tweede lid, bedoelde artikelen, de distributiedienst tijdig de noodzakelijke handelingen ter uitvoering van het bij of krachtens die artikelen bepaalde kan verrichten.

4 In het geval, bedoeld in lid 3, onder a van het vorig artikel, regelen de burgemeesters onder Onze goedkeuring de inrichting van den distributiedienst in den kring. Zij kunnen daarbij één der gemeenten als centrale gemeente aanwijzen. Bij de door de burgemeesters te treffen gemeenschappelijke regeling kan geen openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen worden ingesteld. De artikelen 99 tot en met 103l van die wet zijn niet van toepassing.

5 Indien binnen een door Onzen Minister te bepalen termijn een regeling niet aan Onze goedkeuring is onderworpen of Wij die niet goedkeuren, wordt de regeling door Ons vastgesteld.

6 Het bepaalde in de leden 4 en 5 vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van wijziging en opheffing van een gemeenschappelijke regeling.

§ 2 — Van de distributiekringen

Artikel 13

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

§ 2 — Van de distributiekringen

Artikel 14

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

§ 2 — Van de distributiekringen

Artikel 15

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

§ 2 — Van de distributiekringen

Artikel 16

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

§ 2 — Van de distributiekringen

Artikel 17

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

§ 2a — Toezicht

Artikel 18

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

§ 3 — Straf- en slotbepalingen

Artikel 22a

Vervallen

§ 3 — Straf- en slotbepalingen

Artikel 22b

Vervallen

§ 3 — Straf- en slotbepalingen

Artikel 22c

1 Onverminderd de artikelen 7, eerste lid, en 8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden kunnen, ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken, bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, voor het gehele land of een gedeelte daarvan de artikelen 4 tot en met 8 en artikel 10a gezamenlijk of afzonderlijk in werking worden gesteld.

2 Wanneer het in het eerste lid bedoelde besluit is genomen, wordt onverwijld een voorstel van wet aan de Tweede Kamer gezonden omtrent het voortduren van de werking van de bij dat besluit in werking gestelde bepalingen.

3 Wordt het voorstel van wet door de Staten-Generaal verworpen, dan worden bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, de bepalingen die ingevolge het eerste lid in werking zijn gesteld, onverwijld buiten werking gesteld.

4 Bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, worden de bepalingen die ingevolge het eerste lid in werking zijn gesteld, buiten werking gesteld, zodra de omstandigheden dit naar Ons oordeel toelaten.

5 Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt op de daarin te bepalen wijze bekendgemaakt. Het treedt in werking terstond na de bekendmaking.

6 Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt in ieder geval geplaatst in het Staatsblad.

§ 3 — Straf- en slotbepalingen

Artikel 23

Deze wet wordt aangehaald als: Distributiewet.

§ 3 — Straf- en slotbepalingen

Artikel 24

Deze wet treedt in werking, voor wat betreft de artikelen 1, 11 en 12, met ingang van den dag na dien harer afkondiging. De overige artikelen treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.