wetzoeker

Artikel 13 Wet medewerking verdedigingsvoorbereiding

1 Met de opsporing van de bij deze wet strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, belast de ambtenaren, daartoe aangewezen door een van Onze Ministers, belast met de uitvoering van deze wet. Deze ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van feiten, strafbaar gesteld in de artikelen 179 tot en met 182 en 184 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf.

2 Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

3 De artikelen 5:13, 5:15, 5.16, 5:17 en 5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde ambtenaren.

4 De in het eerste lid bedoelde ambtenaren zijn bevoegd bij het opsporen van de bij deze wet strafbaar gestelde feiten, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner.

Regeling
Wet medewerking verdedigingsvoorbereiding
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2021
BWB-id
BWBR0001995
Versie
2021-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl