Artikel 5 Wet houdende de omzetting van de Rijksstudiedienst voor de luchtvaart in een stichting
1. Het bestuur is als volgt samengesteld:
a. de Minister van Waterstaat benoemt één lid, bij de keuze waarvan gelet wordt op een goed verband tusschen het bestuur der Stichting en den Luchtvaartdienst;
b. de Minister van Defensie benoemt twee leden, bij de keuze waarvan gelet wordt op een goed verband tusschen het bestuur en de Luchtvaart van het Leger en den Marineluchtvaartdienst;
c. de Minister van Koloniën benoemt één lid, bij de keuze waarvan gelet wordt op een goed verband tusschen het bestuur en de afdeeling van het Departement van dezen Minister, welke belast is met de aanschaffing, keuring en verzending van oorlogsmaterieel voor de overzeesche gewesten;
d. de Minister van Handel, Nijverheid en Scheepvaart benoemt één lid, bij de keuze waarvan gelet wordt op een goed verband tusschen het bestuur en de afdeeling van het Departement van dezen Minister, waaraan de behartiging van de belangen van de nijverheid is opgedragen;
e. de Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen benoemt één lid, bij de keuze waarvan gelet wordt op een goed verband tusschen het bestuur en de universiteiten en hoogescholen;
f. de Vereeniging van Nederlandsche Vliegtuigfabrikanten benoemt twee leden;
g. de N. V. Koninklijke Luchtvaart Maatschappij voor Nederland en Koloniën benoemt één lid;
h. de Koninklijke Nederlandsch-Indische Luchtvaartmaatschappij benoemt één lid;
i. de Koninklijke Nederlandsche Vereeniging voor Luchtvaart benoemt één lid. Ieder der bovengenoemde Ministers en lichamen benoemt voor het door hem benoemde lid tevens een plaatsvervanger, die dat lid bij verhindering, afwezigheid of ontstentenis vervangt.
j. de Minister van Waterstaat benoemt bovendien één lid en een plaatsvervanger voor dat lid uit voordrachten van tenminste twee personen, op te maken door de Nederlandsche Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek ten behoeve van Nijverheid, Handel en Verkeer (verder aangeduid met Nijverheidsorganisatie T.N.O.).
2. Voor de eerste maal is het bestuur als volgt samengesteld:
a. ......, plaatsvervanger ......;
b. 1°. ......; 2°. ......; plaatsvervangers: 1°. ......; 2°. ......;
c. ......, plaatsvervanger ......;
d. ......, plaatsvervanger ......;
e. ......, plaatsvervanger ......;
f. 1°. ......; 2°. ......; plaatsvervangers: 1°. ......; 2°. ......;
g. ......, plaatsvervanger ......;
h. ......, plaatsvervanger ......;
i. ......, plaatsvervanger ......;
j. ......, plaatsvervanger .......
Hiervan treden af op 1 Januari 1939 de sub b, 1°., c, e, f 2°., h en j van dit lid genoemde leden en op 1 Januari 1941 de sub a, b, 2°., d, f, 1°., g en i genoemde leden.
De sub a, b, c, d, e en j van dit lid genoemde leden en plaatsvervangende leden worden geacht benoemd te zijn door den Minister, respectievelijk genoemd sub a, b, c, d, e en j van lid 1, de sub f, g, h en i genoemde leden en plaatsvervangende leden door de lichamen, respectievelijk genoemd sub f, g, h en i van lid 1.
3. Onder voorbehoud van eerder ontslag door dengene die hen heeft benoemd en behoudens het bepaalde in het vorig lid, hebben de leden en plaatsvervangende leden van het bestuur zitting voor een tijdvak van vier jaren en zijn aanstonds weder benoembaar.
4. Zoolang in een vacature niet voorzien is, vormen de overblijvende leden het bestuur.
5. De voorziening in een vacature zal op overeenkomstige wijze geschieden als waarop de benoeming van het lid of plaatsvervangend lid, dat de vaceerende plaats innam, geschiedde.
- Regeling
- Wet houdende de omzetting van de Rijksstudiedienst voor de luchtvaart in een stichting
- Soort
- Wet
- Geldend vanaf
- 01-01-2019
- BWB-id
- BWBR0001989
- Versie
- 2019-01-01_0