wetzoeker

Artikel 11 Wet houdende de omzetting van de Rijksstudiedienst voor de luchtvaart in een stichting

1. Het in artikel 5, lid 1 onder a bedoelde lid kan verzet aanteekenen tegen een besluit van het bestuur, dat betrekking heeft op de veiligheid van het luchtverkeer of op de besteding van gelden, met dien verstande, dat dit recht niet geldt ten aanzien van besluiten betreffende besteding van gelden, welke bijzondere lichamen of personen voor een bepaald omschreven doel ter beschikking van de Stichting hebben gesteld en welke het bestuur voor dat doel wenscht te gebruiken.

2. Wanneer het lid van zijn in het vorig lid omschreven bevoegdheid gebruik maakt, dient hij uiterlijk op den tweeden dag volgende op dien, waarop het besluit is genomen, bij den voorzitter een nota in, waarin hij tevens de beweegredenen van zijn verzet uiteenzet. Het besluit wordt hierdoor geschorst. De voorzitter doet hiervan mededeeling aan de leden.

3. Indien verzet is aangeteekend, verzoekt de voorzitter den Minister van Waterstaat, onder overlegging van het besluit met een toelichting en van de in het vorige lid bedoelde nota, te beslissen of het besluit al dan niet ten uitvoer kan worden gelegd. De Minister wordt geacht tegen tenuitvoerlegging van het besluit geen bezwaar te hebben, indien hij binnen veertien dagen na den dag, waarop het verzoek gedaan is, geen andere beslissing ter kennis van den voorzitter heeft gebracht.

4. Elk der in artikel 5, lid 1, onder f, g, h en i bedoelde leden kan verzet aanteekenen tegen een besluit van het bestuur, de begrooting betreffende, voor zoover door dat besluit op het door het lid vertegenwoordigde lichaam geldelijke verplichtingen zouden worden gelegd, welke de door dat lichaam ingevolge de in artikel 3, lid 1 bedoelde overeenkomst aanvaarde verplichtingen te boven zouden gaan. Lid 2 van het onderhavig artikel vindt overeenkomstige toepassing.

5. De voorzitter vraagt het lichaam, welks vertegenwoordiger in het bestuur verzet heeft aangeteekend, onder overlegging van het besluit met een toelichting en van de ingevolge het vorige lid ingediende nota, of het het verzet handhaaft. Het lichaam wordt geacht geen bezwaar te hebben tegen het besluit, indien het binnen een maand na dien, waarop het verzoek gedaan is, den voorzitter niet heeft medegedeeld het verzet te handhaven. Deelt het lichaam den voorzitter mede het verzet te handhaven, dan heeft het besluit ten opzichte van dat lichaam geen rechtsgevolg.

Regeling
Wet houdende de omzetting van de Rijksstudiedienst voor de luchtvaart in een stichting
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2019
BWB-id
BWBR0001989
Versie
2019-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl