wetzoeker

Artikel 1 Besluit vaststelling wachtgeldregeling militairen Koninklijke landmacht beneden de rang officier

1 Dit besluit verstaat onder "militairen" vrijwillig dienende militairen der landmacht beneden den rang van officier, niet behoorende tot het verlofspersoneel.

2 Aan den militair wiens dienstverband wordt verbroken of niet verlengd ter zake van opheffing van zijne betrekking of wegens verandering in de organisatie van het wapen of dienstvak, waartoe hij behoort, wordt, met inachtneming van het bepaalde in artikel 4, eerste lid - tenzij hij op het tijdstip van dienstverlating 40 voor pensioen geldige dienstjaren in den zin van de Pensioenwet voor de landmacht (Staatsblad 1922, n°. 66) heeft, dan wel ter zake van ziekte of gebreken in de termen valt om pensioen te genieten, of den leeftijd van zestig jaren heeft bereikt of overschreden en uit dien hoofde in het genot van pensioen kan worden gesteld - ten laste van het Rijk een wachtgeld toegekend op den voet van de bepalingen van dit besluit.

3 Een zoodanig wachtgeld kan ook worden toegekend aan den militair, die op verzoek wordt ontslagen, nadat hem is medegedeeld, dat het voornemen bestaat tot zijn ontslag op grond van het bepaalde bij artikel 19, tweede lid, onder c, van het Reglement voor de militaire ambtenaren der Koninklijke landmacht en eveneens aan den militair, die verbreking van zijn dienstverband vraagt en verkrijgt, indien hij behoort tot een wapen of dienstvak, waarbij een overcompleet aan militairen bestaat of spoedig zal zijn te wachten.

Regeling
Besluit vaststelling wachtgeldregeling militairen Koninklijke landmacht beneden de rang officier
Soort
KB
Geldend vanaf
01-01-1957
BWB-id
BWBR0001967
Versie
1957-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl