wetzoeker

Artikel 1 Besluit vaststelling wachtgeldregeling officieren Koninklijke Landmacht

1 Dit besluit verstaat onder "officieren" de officieren der landmacht, niet behoorende tot het verlofspersoneel.

2 Aan den officier, wien op eigen aan Ons gedaan verzoek eervol ontslag is verleend, hetzij nadat hem was te kennen gegeven, dat hij in de termen viel, om ingevolge art. 70, 3°. of 4°., der Bevorderingswet voor de landmacht 1902 op nonactiviteit te worden gesteld, hetzij terwijl hij ingevolge het evengenoemd punt 3°. of 4°. op nonactiviteit was gesteld, wordt op zijne aanvrage ten laste van het Rijk wachtgeld toegekend op den voet van de bepalingen van dit Besluit.

3 Een zoodanig wachtgeld kan ook worden toegekend aan den officier, die eervol ontslag vraagt en verkrijgt, indien hij behoort tot een wapen, staf of dienstvak, waarbij een overcompleet aan officieren in zijn rang bestaat of spoedig zal zijn te wachten.

4 Ontslag op eigen verzoek, onder toekenning van wachtgeld, wordt slechts verleend aan den officier, die niet in de termen valt, om op den voet der Bevorderingswet voor de landmacht 1902 - tenzij wegens het bepaalde in art. 39, eerste lid, punt 4°. van die wet - onder toekenning van pensioen of van het recht op pensioen ontslag te verkrijgen.

Regeling
Besluit vaststelling wachtgeldregeling officieren Koninklijke Landmacht
Soort
KB
Geldend vanaf
01-01-1957
BWB-id
BWBR0001966
Versie
1957-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl