wetzoeker

Artikel 10 Besluit ex artikel 22 Schepenwet

1 In de zittingen nemen de leden plaats naar ouderdom van dienst:

het oudst benoemde gewone lid rechts van den voorzitter;

het 2de benoemde links van den voorzitter;

het 3de benoemde rechts van het oudste lid;

het 4de benoemde links van het tweede lid;

het oudst benoemde buitengewone lid rechts van het derde lid;

het tweede benoemde buitengewone lid links van het vierde lid en zoo vervolgens.

2 Bij gelijktijdige benoeming wordt de ouderdom van dienst geregeld naar de volgorde van het besluit van benoeming.

3 Een plaatsvervangend lid neemt zitting na den jongstbenoemde van de categorie van leden, waartoe het te vervangen lid behoort.

4 Bij herbenoeming na periodieke aftreding behouden de gewone, buitengewone en plaatsvervangende leden hunnen vorigen ouderdom van dienst.

5 Het hoofd van de scheepvaartinspectie of degene, die hem vervangt, neemt plaats rechts en de secretaris links van den voorzitter na de gewone, buitengewone en plaatsvervangende leden.

6 Na sluiting van de behandeling der zaak wordt in raadkamer beraadslaagd en de beslissing genomen.

7 Het hoofd van de scheepvaartinspectie woont de beraadslagingen en de beslissingen in raadkamer niet bij.

Regeling
Besluit ex artikel 22 Schepenwet
Soort
Rijks-KB
Geldend vanaf
01-03-2000
BWB-id
BWBR0001957
Versie
2000-03-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl