wetzoeker

Artikel 16 Wet op de strandvonderij

1 Zoodra iemand zijn recht ten aanzien van de geborgen zaken bewijst, zal de strandvonder deze - of, indien artikel 14 heeft toepassing gevonden, de opbrengst er van - na bekomen machtiging van Gedeputeerde Staten tegen betaling van de verschuldigde hulploonen, beheerloonen en kosten, aan den rechthebbende afgeven. Na deze afgifte vervalt de verplichting tot het doen van de in het vorige artikel bedoelde oproeping.

2 In geval van twijfel over het recht van den reclamant, van tegenspraak van derden, of indien over het bedrag der beheerloonen en kosten of wel - tusschen de redders en de rechthebbenden - over het bedrag der verschuldigde hulploonen verschil bestaat, wordt de afgifte geweigerd en het geschil beslecht door den in de tweede afdeling van de derde titel van het eerste boek of artikel 637 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering aangewezen rechter; deze is bevoegd, op eenvoudig verzoek afgifte tegen zekerheidstelling te gelasten.

3 De strandvonder keert de door hem ontvangen hulploonen aan de redders uit.

Regeling
Wet op de strandvonderij
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-09-2017
BWB-id
BWBR0001951
Versie
2017-09-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl