wetzoeker

Uitvoeringsbesluit ex artikelen 62 en 76 Wetboek van Strafvordering

Besluit van 4 december 1925, tot uitvoering van de artikelen 62 en 76 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering

Soort
KB
Geldend vanaf
25-12-2002
Rechtsgebied
Procesrecht, Strafprocesrecht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0001927
Versie
2002-12-25_0
SHA-256 bron
4f67f668ac4305ef1eb7176127e5b1a1470e6a1f8da1e74f0de1567f471a71eb

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (8)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 4a
  6. Artikel 5
  7. Artikel 6
  8. Artikel 7

Artikel 1

1 Ten aanzien van de plaatsen, die voor inverzekeringstelling worden bestemd, kan Onze Minister van Justitie de noodige algemeene of bijzondere voorschriften geven, strekkende om deze te doen beantwoorden aan de eischen van een eenvoudig, doch voldoende dag- en nachtverblijf.

2 Indien Onze Minister van Justitie verklaart, dat eene plaats niet voor inverzekeringstelling geschikt is, mag aldaar geenerlei vrijheidsberooving worden ten uitvoer gelegd of verder ten uitvoer worden gelegd.

Artikel 2

1 In de voeding van den inverzekeringgestelde moet naar behooren worden voorzien.

2 Hem kan worden vergund uit eigen gelden zich zoodanige verdere voeding te doen verschaffen als hij verkiest en zich de inrichting van zijn verblijf meer geriefelijk te doen maken.

3 Hem kan worden vergund te rooken.

Artikel 3

Den inverzekeringgestelde kan, voorzooveel daartoe gelegenheid bestaat, worden vergund tweemaal 's daags gedurende tenminste een half uur beweging in de open lucht te nemen.

Artikel 4

Den inverzekeringgestelde kan worden vergund zich met zoodanigen arbeid bezig te houden als hij verkiest en zich daartoe het noodige te doen verschaffen.

Artikel 4a

1 De inverzekeringgestelde wordt direct voorafgaand aan de insluiting onderzocht op aanwezigheid van voorwerpen die een gevaar voor de veiligheid van betrokkene of voor anderen kunnen vormen. Het onderzoek vindt plaats door het aftasten en doorzoeken van de kleding en wordt zoveel mogelijk uitgevoerd door een ambtenaar van hetzelfde geslacht als de inverzekeringgestelde. Voorwerpen die een gevaar voor de inverzekeringgestelde of voor anderen kunnen vormen worden in bewaring genomen.

2 Van de inverzekeringgestelde kan worden verlangd dat hij zich ontkleedt, indien:

a. de kleding tijdens de insluiting een gevaar voor de veiligheid van de inverzekeringgestelde of voor anderen kan vormen en de hulpofficier van justitie daarvoor toestemming heeft gegeven;

b. de kleding naar het oordeel van een arts tijdens de insluiting een gevaar voor de gezondheid van de inverzekeringgestelde of anderen kan vormen. De kleding wordt in bewaring genomen en de inverzekeringgestelde wordt voorzien van vervangende kleding.

Artikel 5

1 Overigens geschiedt de behandeling van den inverzekeringgestelde in het algemeen in dier voege, dat hij aan geene andere beperkingen wordt onderworpen dan die voor het doel zijner opsluiting of in het belang der orde volstrekt noodzakelijk zijn.

2 Behoudens het reeds in artikel 3 daaromtrent bepaalde, kan ook alleen zoodanige volstrekte noodzakelijkheid grond opleveren voor de weigering van eene vergunning als bedoeld in de artikelen 2, 3 en 4.

Artikel 6

Vervallen

Artikel 7

1 Dit besluit geldt niet voor inverzekeringstelling of voorloopige hechtenis ten uitvoer gelegd in een huis van bewaring.

2 De artikelen 1 tot en met 5 gelden niet voor inverzekeringstelling ingevolge artikel 490, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering.