wetzoeker

Besluit tot organisatie van het personeel voor de dienst van de justitiegebouwen

Besluit van 23 maart 1920, tot organisatie van het personeel voor de dienst der justitiegebouwen

Soort
KB
Geldend vanaf
01-01-1921
Rechtsgebied
Ambtenarenrecht, Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0001899
Versie
1921-01-01_0
SHA-256 bron
328eda67abd1482a08adcf6757ffc21232e0fc8e92efdaa82ca49e71ec028127

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (6)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 4a
  6. Artikel 4b

Artikel 1

De Koninklijke besluiten van 21 Mei 1910 (Staatsblad n°. 137), van 17 Augustus 1910 (Staatsblad n°. 405) en van 10 April 1917 (Staatsblad n°. 282) zijn vervallen.

Artikel 2

Het personeel voor den dienst der Justitiegebouwen bestaat uit:

1°. een Rijksbouwmeester;

2°. twee adjunct-Rijksbouwmeesters;

3°. vijf bouwkundige hoofdambtenaren;

4°. negentien bouwkundige ambtenaren, verdeeld in:

a. bouwkundige ambtenaren 1e klasse;

b. bouwkundige ambtenaren 2e klasse;

c. ambtenaar voor bijzondere diensten;

5°. twee klerken.

Bij het bureau van den Rijksbouwmeester kunnen voorts worden werkzaam gesteld:

1°. een concierge-bode;

2°. een vaste-knecht.

Artikel 3

De ambtenaren, die thans werkzaam zijn met den titel van hoofdopzichter, zullen den rang innemen, genoemd in artikel 2, sub 3°., de opzichters sub 1e, 2e en 3e klasse, den rang vermeld in artikel 2, sub 4°., onderscheidenlijk a., b. en c.

Artikel 4

De ambtenaren genoemd in artikel 2, sub 1 tot en met 4, worden door Ons, de klerken, de concierge-bode en de vaste knecht door Onzen Minister van Justitie benoemd, geschorst en ontslagen.

Artikel 4a

1 Onze Minister van Justitie is gemachtigd om, waar tijdelijk personeel voor den dienst der Justitiegebouwen noodig blijkt, tot de aanstelling daarvan onder de daarvoor gewenschte benaming over te gaan.

2 Voor zoover de bezoldiging van dat personeel hooger mocht worden gesteld dan tweehonderd gulden per maand, zal eene voordracht daartoe aan Ons behooren te worden gedaan.

Artikel 4b

Ambtenaren in vasten dienst kunnen met een anderen titel dan in artikel 2 van dit besluit vermeld worden werkzaam gesteld. De rang, dien zij naar de onderscheiding in genoemd artikel zullen innemen, wordt door Ons bepaald.