wetzoeker

Artikel 38 Schepenwet

Ongeschiktheid van kapiteins of officieren

1 Na de indiening van de memorie stelt de voorzitter van den Raad het hoofd van de scheepvaartinspectie met de memorie in kennis of doet hem daarmede in kennis stellen en bepaalt eerstgenoemde onverwijld dag en uur voor de behandeling van het verzet.

2 De voorzitter roept den onbevoegdverklaarde tegen het tijdstip, voor de zitting bepaald, op.

3 De Raad is bevoegd het onderzoek te heropenen of, na den onbevoegdverklaarde in de gelegenheid te hebben gesteld zijne memorie mondeling toe te lichten, dadelijk einduitspraak te doen.

4 Wordt bij de einduitspraak na gedaan verzet het ontnemen der bevoegdheid niet gehandhaafd, dan wordt de bevoegdheid geacht niet te zijn ontnomen.

Regeling
Schepenwet
Soort
Rijkswet
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0001876
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl