wetzoeker

Artikel 6 Uitvoeringswet Rechtsvorderingsverdrag 1905

1 De officier van justitie zendt de stukken onverwijld aan den betrokken Nederlandschen diplomatieken of consulairen ambtenaar. Is het exploit of het afzonderlijk stuk vergezeld van eene vertaling in eene der talen, bedoeld bij artikel 3 van het verdrag, dan verzoekt de officier van justitie den diplomatieken of consulairen ambtenaar, zoo de vertaling niet voor overeenstemmend is verklaard door een beëedigd vertaler in het land van bestemming, zelf die vertaling voor overeenstemmend te verklaren.

2 Indien niet voldaan is aan de artikelen 4 en 5 dezer wet, weigert de officier van justitie de doorzending der stukken, echter niet, dan na getracht te hebben, de naleving van die artikelen zooveel mogelijk te bevorderen.

3 De diplomatieke of consulaire ambtenaar doet onverwijld de stukken, na, zoo noodig, aan het bij de tweede zinsnede van dit artikel bedoeld verzoek te hebben voldaan, aan de bevoegde autoriteit toekomen; de diplomatieke ambtenaar doet zulks door tusschenkomst van den bevoegden consulairen ambtenaar.

4 Alles behoudens het bepaalde bij het derde en het vierde lid van artikel 1 van het verdrag.

Regeling
Uitvoeringswet Rechtsvorderingsverdrag 1905
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2025
BWB-id
BWBR0001875
Versie
2025-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl