wetzoeker

Artikel 29 Uitvoeringswet Rechtsvorderingsverdrag 1905

1 Hooger beroep van de afwijzende beschikking der rechtbank, en beroep in cassatie van zoodanige beschikking van het gerechtshof kunnen worden ingesteld door de verzoekende partij binnen ééne maand na den dag waarop de expeditie dier beschikking aan Onzen Minister van Justitie is toegezonden.

2 De instelling van hooger beroep of beroep in cassatie geschiedt door eene daartoe strekkende schriftelijke mededeeling aan Onzen voornoemden Minister. Deze mededeeling bevat de gronden of middelen, waarop het beroep steunt.

3 Onze voornoemde Minister stelt den griffier van het college, dat de beschikking heeft gegeven, in kennis met het ingesteld hooger beroep of beroep in cassatie. Tevens doet hij daarvan mededeeling aan het betrokken gerechtshof of aan den Hoogen Raad.

4 De griffier van het college, dat de aangevallen beschikking heeft gegeven, doet aan het betrokken gerechtshof in geval van hooger beroep, en aan den Hoogen Raad in geval van cassatie, de overgelegde stukken met een afschrift der afwijzende beschikking toekomen.

Regeling
Uitvoeringswet Rechtsvorderingsverdrag 1905
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2025
BWB-id
BWBR0001875
Versie
2025-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl