wetzoeker

Artikel 36 Wet tot regeling van het Militair Onderwijs bij de Landmacht

Van den Hoofdcursus

De onderofficieren, die, ingevolge het bepaalde bij art. 35, aan het examen hebben deelgenomen, en blijkens de uitspraak der examen-commissie, daaraan hebben voldaan, worden tot den Hoofdcursus toegelaten, voor zoover daarbij, in verband met het bepaalde bij art. 6, ten behoeve dier onderofficieren, plaatsen zijn opengesteld.

Overtreft het aantal adspiranten dat der beschikbaar gestelde plaatsen, dan geschiedt de toelating naar de rangorde door die adspiranten, blijkens de uitspraak der examen-commissie, bij het examen verkregen; met dien verstande, dat hij wiens vader in den dienst van den Staat gesneuveld of binnen één jaar ten gevolge van in dezen dienst voor den vijand bekomen wonden overleden is, op grond hiervan eene beschikbare plaats inneemt voor het Wapen of Dienstvak, waarvoor hij krachtens het bepaalde bij art. 35 in aanmerking komt.

Regeling
Wet tot regeling van het Militair Onderwijs bij de Landmacht
Soort
Wet
Geldend vanaf
16-09-1933
BWB-id
BWBR0001857
Versie
1933-09-16_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl