wetzoeker

Artikel 15 Wet tot regeling van het Militair Onderwijs bij de Landmacht

Van de Cadettenschool

Nederlanders en zij, die uit anderen hoofde Nederlandsche onderdanen zijn, hebben het recht aan het toelatingsexamen voor de Cadettenschool deel te nemen, wanneer zij:

a. op het tijdstip van den aanvang van het eerstvolgende leerjaar,

den vollen ouderdom van vijftien jaren bereikt en dien van achttien jaren niet overschreden hebben, zoo zij opgeleid wenschen te worden voor den dienst hier te lande,

den vollen ouderdom van veertien jaren bereikt en dien van negentien jaren niet overschreden hebben, zoo zij opgeleid wenschen te worden voor den dienst in Nederlandsch-Indië:

b. zich, onder overlegging der bij Reglement aangewezen bescheiden, bij Onzen Minister van Oorlog, vóór het door dien Minister te bepalen tijdstip, tot het afleggen van het examen aangemeld hebben.

Zij, die aan de onder a of b gestelde eischen niet voldoen, mogen aan het examen niet deelnemen.

Wij behouden Ons nochtans voor tot het deelnemen aan het toelatingsexamen voor de Cadettenschool ook toe te laten:

1°. Nederlandsche onderdanen, behoorende tot de Inlandsche of de daarmede gelijkgestelde bevolking van Nederlandsch-Indië, die den onder a van het eerste lid van dit artikel aangegeven hoogsten leeftijd hebben overschreden, en

2°. bij uitzondering, jongelieden, die geen Nederlanders of niet uit anderen hoofde Nederlandsche onderdanen zijn, doch die aan de onder a en b van het eerste lid van dit artikel gestelde eischen voldoen.

Regeling
Wet tot regeling van het Militair Onderwijs bij de Landmacht
Soort
Wet
Geldend vanaf
16-09-1933
BWB-id
BWBR0001857
Versie
1933-09-16_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl