wetzoeker

Artikel 38 Invoeringswet Wetboek van Strafrecht

Bepalingen betreffende strafbare feiten vóór 1 September 1886 gepleegd en op of na dien dag te berechten

In de gevallen in de artt. 32-37 bedoeld is de rechter bevoegd, ontzetting uit te spreken van de in art. 28, n°. 1, 2, 3 en 4 van het Wetboek van Strafrecht vermelde rechten, benevens van voogdij en curateele over eigen kinderen, voor den duur in artikel 31 van dat Wetboek aangewezen.

Regeling
Invoeringswet Wetboek van Strafrecht
Afkortingen
ISr
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2002
BWB-id
BWBR0001855
Versie
2002-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl