wetzoeker

Artikel 28 Wetboek van Strafrecht

Straffen

1 De rechten waarvan de schuldige, in de bij de wet bepaalde gevallen, bij rechterlijke uitspraak kan worden ontzet, zijn:

1°. het bekleden van ambten of van bepaalde ambten;

2°. het dienen bij de gewapende macht;

3°. het recht de leden van algemeen vertegenwoordigende organen te verkiezen en tot lid van deze organen te worden verkozen;

4°. het zijn van raadsman of gerechtelijk bewindvoerder;

5°. de uitoefening van bepaalde beroepen.

2 Ontzetting van leden van de rechterlijke macht die, hetzij voor hun leven, hetzij voor een bepaalde tijd, zijn aangesteld, of van andere voor hun leven aangestelde ambtenaren, geschiedt, ten opzichte van het ambt waartoe zij aldus zijn aangesteld, alleen in de gevallen en op de wijze bij de wet bepaald.

3 Ontzetting van het recht bedoeld in het eerste lid, onder 3°, kan alleen worden uitgesproken bij veroordeling tot gevangenisstraf van ten minste een jaar.

4 De rechter kan aan een krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen reclasseringsinstelling opdracht geven toezicht te houden op de naleving door de veroordeelde van de ontzetting van het recht om ambten of bepaalde ambten te bekleden en het recht om bepaalde beroepen uit te oefenen.

Regeling
Wetboek van Strafrecht
Afkortingen
Sr, WvS, WvSr
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0001854
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl