wetzoeker

Artikel 207 Wetboek van Strafrecht

Meineed

1 Hij die in de gevallen waarin een wettelijk voorschrift een verklaring onder ede vordert of daaraan rechtsgevolgen verbindt, mondeling of schriftelijk, persoonlijk of door een bijzonder daartoe gemachtigde, opzettelijk een valse verklaring onder ede aflegt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.

2 Indien de valse verklaring is afgelegd in een strafzaak ten nadele van de beklaagde of verdachte, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie.

3 Met de eed staat gelijk de belofte of bevestiging die krachtens de wet voor de eed in de plaats treedt.

4 Ontzetting van de in artikel 28, eerste lid, onder 1°, 2° en 4°, vermelde rechten kan worden uitgesproken.

Regeling
Wetboek van Strafrecht
Afkortingen
Sr, WvS, WvSr
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0001854
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl