wetzoeker

Besluit houdende bepalingen omtrent de door de burgemeester te dragen onderscheidingstekenen

Besluit van 16 november 1852, houdende bepalingen omtrent de door den Burgemeester te dragen onderscheidingsteekenen

Soort
KB
Geldend vanaf
02-03-1994
Rechtsgebied
Staats- en bestuursrecht, Staatsrecht
Ministerie
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
BWB-id
BWBR0001843
Versie
1994-03-02_0
SHA-256 bron
a8bac6e81332e1b39d995154c1c9e8325737a25bf39d91d02dfa3ef1de6f5fe8

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (4)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4

Artikel 1

De onderscheidingsteekenen, door den burgemeester te dragen, bestaan in een zilveren penning, hebbende eene middellijn van veertig strepen en vertoonende aan de eene zijde het wapen des Rijks, aan de andere dat der gemeente, of, zoo de gemeente geen wapen heeft, den naam der gemeente; de penning hangende op de borst, hetzij aan eene zilveren keten, hetzij aan een oranje zijden lint; de keten of het lint op beide schouders aan den rok of het opperkleed vastgehecht.

Artikel 2

De burgemeester draagt de onderscheidingsteekenen, wanneer hij:

voorzit in de vergadering van den Raad;

ingeval van brand, of van oproerige beweging, van zamenscholing of andere stoornis der openbare orde zich in het openbaar vertoont;

uit krachte van de artikelen 172 tot en met 175 van de Gemeentewet, of van eenige andere wet persoonlijk in het openbaar bevelen geeft;

bij plegtige gelegenheden namens de gemeente opkomt.

Artikel 3

Bij ontstentenis van den burgemeester worden de teekenen, in de bij het vorig artikel omschreven gevallen, gedragen door dengeen, die hem vervangt.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking met den 1sten Januarij van het volgende jaar.