wetzoeker

Artikel 46a Wet op de rechterlijke organisatie

Algemene bepalingen

1 Onze Minister kan, gehoord de Raad, een rechtbank of meerdere rechtbanken aanwijzen waarvan de zittingsplaatsen onderscheidenlijk overige zittingsplaatsen ten behoeve van een in de aanwijzing te bepalen categorie of categorieën van zaken tijdelijk mede worden aangemerkt als zittingsplaatsen onderscheidenlijk overige zittingsplaatsen van een andere rechtbank, indien dit noodzakelijk is als gevolg van gebrek aan voldoende zittingscapaciteit binnen het arrondissement waarin die andere rechtbank is gelegen.

2 In de aanwijzing bepaalt Onze Minister voor welke periode de aanwijzing geldt. De aanwijzing geldt ten hoogste drie jaren en kan eenmaal worden verlengd voor de duur van ten hoogste een jaar.

3 Indien de aanwijzing betrekking heeft op strafzaken vindt de aanwijzing niet plaats dan nadat Onze Minister daarover het College van procureurs-generaal heeft gehoord.

4 De aanwijzing wordt gepubliceerd in de Staatscourant.

5 Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een verlenging van de aanwijzing.

Regeling
Wet op de rechterlijke organisatie
Afkortingen
RO, Wet RO
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2025
BWB-id
BWBR0001830
Versie
2025-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl