wetzoeker

Artikel 411 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Van de rechtspleging in cassatie in vorderingsprocedures

1 De verweerder dient zijn verweerschrift in op een door de Hoge Raad te bepalen datum. Voor de indiening wordt een termijn van vier weken verleend. Indiening geschiedt niet dan nadat de verweerder het verschuldigde griffierecht heeft voldaan. Indien de verweerder het griffierecht niet tijdig heeft voldaan, vervalt zijn recht om verweer in cassatie te voeren of om van zijn zijde in cassatie te komen.

2 De verweerder brengt alle excepties en zijn verweer ten principale tegelijk naar voren, op straffe van verval van niet aangevoerde excepties en, indien niet ten principale verweer is gevoerd, van het recht om dat alsnog te doen. Alleen de in artikel 128, vierde lid, bedoelde exceptie wordt op straffe van verval afzonderlijk voor alle weren van rechten voorgedragen.

Regeling
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Afkortingen
Rv
Soort
Wet
Geldend vanaf
14-07-2026
BWB-id
BWBR0001827
Versie
2026-07-14_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl